zondag 10 mei 2009

Gene

Ten einde de ergonomische crisis bij de openbare omroep tegen te gaan, besloot de ondernemersraad met ingang van vandaag een maximum kijkcijferaantal in te stellen voor alle programma's en films met Gene Bervoets.
Indien tijdens de eerstvolgende aflevering van Gentse Waterzooi het aantal van drie kijkers wordt overschreden, wordt Gene een exclusiviteitscontract met ZDF opgedrongen. Mogelijk publiek krijgt een milde straf zijnde een verbanning naar Gene.

donderdag 7 mei 2009

Hotline Helena

Hallo.
Ik ben Alleen. Vandaag ben ik zo dik geworden dat geen enkel kledingstuk mijn vormen nog kan verhullen.

“GODVERDOMME.”

Waarom zegt ge GODVERDOMME Alleen?

“AL MIJN KINDEREN ZIJN OOK DIK GEWORDEN. Van de een op de andere dag.”

Daar wij in de woestijn leven, ontbreekt ons nu de mogelijkheid naar de winkels te kunnen. We liepen steeds. Nu we dik zijn, kleven we aan de grond. We zullen doodvallen in het zand en dan zullen de gieren een heerlijk maal aan ons hebben.



Ik weet nog goed. Na het rapen van tien boleten hadden we onze schoenen uitgetrokken en SEKS GEHAD.

“ER ZIJN HIER GEEN BOLETEN!!”


Grootva. Grootva. GROOTVA.
Hij is wakker. Als we hem langer dan drie uur laten slapen gaat ie dood. We hebben dat eens gehad. Ik zeg je, nooit meer.



Colette was steeds thuis. Dat dacht ik alleszins. Telkens ik het huis inging draaide alles rond Colette, zoals alles ook rond de zon draait, of bijna alles voor zover we veronderstellen of toch ook wel weten. Ze was de enige die in de kamers rondcirkelde, terwijl de rest de krant las of televisie keek. Meer was er niet nodig, wat rondcirkelen, zonder haar geen huis, geen mensen erin. Zo leek het. In werkelijkheid was Colette enkel thuis als ik langskwam.
Een keer was ze niet thuis, toen ik langskwam. Het jongste kind had vijf magneten gegeten en zo waren de darmen gaan samenkleven. Maar voor de rest, proficiat Colette voor het in stand houden van een schone illusie. En merci.



Hotline Helena

Helena is goodlooking, zeer fijn gebouwd, spiritueel, gastro., tweetalig met kennis van andere talen, jongogend, villa, spontaan, met niveau, vriendin nt. lesbo, sport, natuur, uit welstellend midden, stijlv. uitstraling, ondernemend, gepensioneerd, huiselijk.

“Helena is werkelijk alles wat ik wil.”
“Joren, Helena is een VLIEG.”
“En dan. Liefde gaat toch door merg en been en alles toch?”
“Och jong.”
“Die vlieg is mijn levensredder, ik voel het.”



Hallo. Ik rij met een vierwieler.

“WINKELKAR?”

Neen, geen winkelkar.

“WINKELKAR?”

Hallo. Ik heb maar vijf tanden.

Hallo. Ik heb er vijftien. Waarvan nul in mijn mond.



GEZOCHT. Tijdloze mensen.

GEZOCHT. Jij.

GEVONDEN. Niemand.



SPOORLOOS. Iedereen.



“Liefde, dat is als de stekker van een stofzuiger, of hoe iets met één knop zo snel weg kan zijn.”
“Ouwe zot, wat weet jij nou over liefde. Neen, liefde, dat is alles vanzelf of helemaal niet. En graag, of eveneens niet. En zich mooi maken.”
“Net omdat ik een ouwe zot ben, ken ik liefde.”
“Waarom maken mensen zich in hemelsnaam mooi? Ze gaan er enkel beroerder uitzien. Elk kledingstuk heeft wel iets carnavalesk. Het enige dat die broek van je poneert is dat je er in past, verder zie je er erg kolderiek uit.”
“Wat is liefde überhaupt waard? Er kan onmogelijk iemand altijd zijn. Onze ouders, zij zijn er van bij het begin. Zij gaan dan dood. Vrienden en lieven, zij komen er achteraf bij, kunnen er aldus onmogelijk altijd geweest zijn, en dan verdwijnen ze. Ja. De meeste van je vrienden en lieven zullen verdwijnen voor ze sterven. We kunnen slechts hopen dat als het onderweg ergens misloopt, jij steeds diegene bent die het het makkelijkst heeft bij het verdwijnen van de ander. Zoniet, ga JIJ dood. Dat steeds opnieuw moeten beginnen, het komt me de strot uit.”
“Een mens is te ambitieus, te narcistisch. Te egoïstisch om echte liefde te kunnen hebben. Of om zelfs maar iets van betekenis aan zijn leven te kunnen geven. Alles is rot en nutteloos en enkel als men er zelf baat bij heeft - men zou ook gek zijn, dat is de basis, maar met dat besef kan er wat moois komen.
En nog zoiets. Heeft onze onuitputtelijk zuigende transpirerende nood aan vriendschap en liefde niet tot gevolg dat het niet uitmaakt door wie zij worden ingevuld, zolang het maar niet al te grote kuikens zijn? Louter toeval toeval toeval en opvoeding en woonplaats.”
“Och ploert, zwijg toch. Wie zegt hier eigenlijk wat en noem je dit een dialoog? Flutmens.”
“Hé, niets gaat blijvend verloren.”
“Hé, huichelaar, ik dacht net een oud wijf te zien vallen, maar het was een kind. Zie je niet dat ik van dit onderwerp wil afdrijven?”
“Hé, sommige mensen zien er zo dom uit dat men zich zou afvragen of ze wel de mogelijkheid bezitten te kunnen zien en ruiken.”
“Sommige mensen zien er zo dom uit dat ze van mijn part gerust beroofd mogen worden van al hun organen. En van seks. JA, ontneem hen de seks. JAHAHAH.”
“Ontneem alle mensen seks. Ze verdienen het.”
“Sorry, maar je vertoont nu echt wel alcoholisch gedrag.”
"Fenomeen in de holebiwereld. De homokop. De kop op iemands lijf die zegt 'Ik kan onmogelijk hetero zijn'. Het hoofd en alleen het hoofd."

Als ik ooit tachtig word, dat is viermaal zoveel als wat ik nu heb, als ik echt nog zo’n vier twintig jaren mag beleven, dood me dan alsjeblieft. Pijnlijk of zacht of snel of traag, maakt mij niet uit. Ik heb geleerd. Alles wat ik heb is het vooruitzicht dat het in de toekomst enkel beter kan worden. Als het in de toekomst slechter zou worden, zou ik weldra opnieuw het vuur moeten ontdekken. We hebben eruit geleerd. Niets erger dan ongemeendheid. Eigenlijk zijn we allemaal een Kaap de Overdreven Goede Hoop. Ja, we hebben er dan toch uit geleerd. Ik zou van leven kunnen houden. Ik zou aan de goede momenten kunnen denken, maar dan zou ik een belangrijk deel van mijn leven verloochenen. Een deel dat mij ook - en mogelijk zelfs in grotere mate - heeft gevormd, en bewust gemaakt van vanalles, en zo zou ik wederom helemaal niet van leven houden.
Ik ga een land bouwen met Ervaring. Ik ga ermee op de markt staan en word rijk als nijlpaarden dik zijn. Ik kan enkel meedelen dat het elke dag slechter wordt. Het is niet omdat mijn kathedraal nog een schijnbaar degelijke gevel heeft dat daarachter nog ook maar iets overeind blijft. Doch, we hebben geleerd. Het kan enkel ongemeend, dat merk ik wel, dat is ook niet wat ik wil. En toch, ik weet dat ik al over mijn hoogtepunt heen ben. We hebben geleerd.

Wens me afscheid.

Maar kom, terug over mensen. Als ze lachen, is het alsof ze huilen. Ze houden van sacrale pollepels.
Miss Piggy is wel knap, sneu voor haar dat ze het juiste figuur niet heeft.
Ooit was ik lid van het Ming-hof. Ik was het die onze naam ontleende aan die lelijke vazen.
Nu ik u ken, kan ik echt wel zeggen IK HEB HET MET U GEHAD.
Over houten snijplankjes. Dat droogt niet op, dat stoot niet af, het water trekt er gewoon in. Mijn plank zwelt.
Ik neem de oesters. Twee graag.

Ge hebt mijn gezicht stuk gescheurd.
Je hebt tot gevolg dat ik al mijn eer kwijt ben.

Je bent ook al over je hoogtepunt heen.
Ik heb een kater. Hij heet fantasie. Anders dan andere katten borduurt hij, liever dan stomweg met wol te spelen.
Hij heeft nooit losgelaten.
Hij zei te zullen terugkeren.
Wij zijn een koppel enkel en alleen om een briefwisseling te kunnen onderhouden met andere koppels.
Als er iemand ziek wordt, ik weet van niets.

Alles komt inorde, met PENTOBARBITAL.
PENTOBARBITAL, en al uw problemen van de baan.
Een goede nachtrust met PENTOBARBITAL.

Aan deze woorden denk ik, vanaf nu:
Idylle.
Portiekje.
Vitalistisch.
Spankracht.
Expatriates.
Mataglap.
Cadans.
Fiducie.
Zalm.
Brandnetelzalf.
Chris Offili.
Hitserij.
Soft-pornoversie.
Hoereren.
Badinerend.
Valsspelen.

Wens me afscheid. Met een echte lach.

woensdag 18 februari 2009

Over vriendschap

Zestig procent van het menselijk lichaam bestaat uit kaas
een krop watersla bestaat helemaal uit kaas

Je bent moe aan het praten
en buiten schuifelen mensen in een hoek van 45 graden over het tarmak
ik stamel wat woorden maar ze blijven hangen in de plooien van een broodzak
en we donsen onder de dansdekens.

Er ligt een lichaam op straat
er zitten kogelgaten in
de wind schuurt door de wonden.

Er is ook een kind.
Het warmt de handen bij een brandende ton. Vlees.
Doch twee mannen komen aangelopen, nemen het kind bij de benen,
en werpen het in de ton. Vers vlees.

Mijn winterwalvis honoreert jouw eeuwig stukke stofzuiger
onder de eettafel in mijn kleine kies
ik ga jou een servies bakken van 's mens warsigheid
dra dra zullen we plebejisch geeuwen
Snut eens, beestje dat alle geluiden op aarde herhaalt.
Het loopt achter. Wees eens lief.
Huil maar vriendschap. Zet u neer.

Oh vriendschap, oh vriendschap
vuilnisbelten vol.

Over liefde

Zij gaat in veel dingen getooid,
en op de foto trekt ze net als jullie
haar buik in.

6u39, dit ga ik voor het nageslacht bewaren.
6u40, ik plant een linde bij uw aankomst.
6u50, ik lijm uw brokken.
6u51, we roken de zee.
6u54, wij dansen tot bloedens toe.
6u56, we rollen de zee tussen onze vingers.
7u, ik ga vermomd als een vogel die 'tsr' doet
op uw schouder zitten.
7u01, het licht komt de kamer binnen maar als
het halverwege is, stoppen we de tijd en nu
mag slechts een van ons nog in het licht staan.

Gooi mij in het vuur.
Komaan. Komaan.
Ik blijt u kapot.

Over jaloezie en privaat eigendom

Wederom staat aan de deur
een vogel klein en groot als geur
en sleur van sloffen en scatologische kwinkslagen
van eigengereide keuzes en volle dagen.

In de kast rust de mast, van Freddy
zijn spaak heeft last want de kast zit vol,
hij vliegt nu naar vrouwen en hun hol.

"Dit wijf kan mij doen komen,
ik neuk haar graag en veel langs bomen.
Ik sper haar lippen open met een tang,
kom hier lief beestje da'k u vang,
en in dit gat stop rijk en warm,
en stinkend aan de dikke darm.
Leef maar in dit mens zolang ik leef,
zo weet ik dat zij nooit rijdt een schaats scheef.
Wijf, gij moogt geen ander poepen,
of dat beestje zal mij roepen."

"Dat beestje krabbelt aan mijn longen,
waar is de tijd dat wij nog zongen?
Nu vreet het mij aan van binnenuit,
maar gij zult afzien met uw fluit.
Wie mij nog neukt zal zich beklagen,
nu ben ik een wijf dat tijdens het poepen,
zit te zagen."

Imelda

Hallo mensen

Praat allemaal maar met mij
daar ben ik er voor
u kan mij inpakken, verhuren, of invoeren
ik zal met uw moppen lachen
ik voorzie u intussen van bier,
koffie, en stoverij.
Voor een extra stuiver bespeel ik zelfs uw.

Mijn naam is Imelda, en zelfs die is te koop.

De groei van een eiland

De bergflanken duwen het ijs in zee
en alle dieren die op het ijs leefden,
worden nu zeedieren.
Maar ze willen niet.
Ze klampen zich met hun giraflange
poten vast aan de bergflanken en
stoppen zo ook de schuivende ijsmassa.
Svalbard wordt hoger en de inwoners
zijn in de wolken.

Een oude man van tachtig

"Sorry, maar uw baby heeft een hartaanval gehad."
"We gaan hem u toch meegeven."

"Maar er zit een mens in!"

maandag 19 januari 2009

Geluk met haar op

Je liefelijkheid zat altijd al in het omslaan van de pagina's

met grote handen fietsten we door boeken
- jij bent mijn ambrozijn
in je ogen zie ik mijn gelukkige dagen.
Aan de kleur van elke pagina ziet men
welke thee we die dag dronken,
en zo lezen we ons relaas,
van vele malen condenseren tegen het venster,
elkaar achteraf te drogen hangen,
en hoe we elkaar dan rigoureus op het bed puzzelden.
Een mens wordt toch zo snel oud, mijnheer.

- probeer maar eens een raam te kuisen
zonder op een oud wijf te lijken

als we samen ouder worden,
zal het zijn alsof we nog steeds jongelingen zijn
onze boeken en gezichten dan wel onder een dikke laag stof.
Wij, iets minder zoetgevooisd, wat brozer
onze tijden weldra vervlogen.

Liever dan in deeltjes te sterven, leef ik het in een ruk uit.

De dagen krimpen

Met haar vale, knokige handen smeerde Sanseveria de crème minutieus op het gezicht. Rimpels werden gevuld met een yoghurtachtige balsem. Haar nagels waren dor en lang. Ze stak zich elke avond haast de ogen uit. Met een geëxalteerde gracieusheid wierp ze een laatste blik op het gelaat. Morgen zou het goedje de kleur van haar huid aangenomen hebben. S. voelde zich graag jong. Ze gebruikte zoveel tandbleekmiddel, dat haar tandvlees afstierf en haar hele mond zweren vertoonde. "Dat spul werkt als industrieel ontstopper.", had de verkoper gezegd. Ze ontblootte de voeten en stapte in bed bij haar Servaas. Beide sliepen enkel samen als hij kort voor slapengaan in zwijm gevallen was. De man kreeg zoveel calorieën binnen dat hij slechts sporadisch de slaap kon vatten. Servaas had longoedeem en boulimie, en spendeerde veelal de hele nacht voor de televisie. Het scherm had inmiddels Servaas' gelaatskleur bepaald. Vooral The Bold and the Beautiful, kon men op de kaken volgen.

"Er is nog rijst van gisteren.", riep Sanseveria haar echtgenoot die ochtend na. De ramen van het huis waren zo gemaakt, dat het binnenshuis steeds leek te stormen. Grote holtes deden het hele huis kletteren, kleine gleufjes floten hevig. Ze had niet de tijd om vandaag Servaas' voedsel te bereiden, en klom op de fiets. Zonder aan de pedalen te raken, bolde ze de straat uit. Terugkomen kon ze enkel met de fiets aan de hand. S. had haar capuchon over het hoofd getrokken. Autobestuurders reden in een grote boog om haar heen, omdat ze dachten Sanseveria van de fiets te doen waaien, zo frêle was ze. Haar blote benen leken op knapperige, langwerpige ovenhapjes.
Ze danste elke donderdag. Vandaag kwam er echter niemand opdagen. Ze danste alleen, aan de rand van het podium. Niemand keek. Haar lichaamscontouren tekenden zich af langs de planken, door een klein obsceen raampje kon ze de voeten van de voorbijgangers zien. Sanseveria tuurde de hele tijd naar de man achter de toog. Normaliter werd de kroeg uitgebaat door Sarah-Joy, waarmee S. graag de laatste bagatellen uitwisselde. Beide vrouwen informeerden elkaar diepgaand over hun voorbije televisiedag. De man kreeg het ongemakkelijk, "U danst goed hoor, mevrouw. Voor uw leeftijd.". Sanseveria bleef turen. Ze stapte de treden van het podium af en begaf zich naar de bar. "Een koffie graag."
Naast haar leunden twee vrouwen tegen de tapkast.

"We zijn gisteren naar de zee geweest. Al mijn kinderen zijn verdronken."
"Kom dat tegen. Het kan wel varen hé. Ze worden groot zeker?"
"Neen, ze zijn dood."
"Ahja."

S. liep naar het toilet om haar werkplunje aan te trekken. Zomer jongstleden had ze een baan gevonden in Mustapha's pittabar, waar ze een kindvriendelijke, McDonald’sachtige sfeer hielp te verwezenlijken. Weldra werd ze er verwacht. Sanseveria was clown, een der Mustapha's clowns. In clownspak liet ze zich verder van de helling rijden.

"Je bent te laat."
"Maar ik heb het pak al aangetrokken."
"Je bent te laat. Vandaag geen geld."
"Dan werk ik niet."
"Dan moet je morgen ook niet komen."

S. perste een lach op de lippen, en aaide kinderen met een geveinsde tederheid. Mustapha sloot pas om middernacht, waarna S., met de fiets aan de hand, naar huis stapte. Het was koud, ze had haar broekkousen aangetrokken, hield het te grote clownsgewaad naarstig omhoog. Gordijnen waaiden stormachtig uit hun ramen, een bierglas vloog rakelings langs het hoofd. Infaam sloegen moeders hun koters. In dit hol staarde iedereen onbezield voor zich uit. S. had de vriendelijke knikken reeds geruime tijd opgegeven. Het maakte haar zo desolaat. Naakte hoeren werden verkracht door honden, omstanders besproeiden hen met bier.

"Jij daar. Huur jij niet een kamer des vaders, aan de Ketelheide?"
"Dat klopt."
"Je moet nog betalen."
"Maar, ik heb net."
"Je moet nog betalen."
"Jullie zijn gek. Vraag jullie vader maar."
"Geef ons nu wat geld, oude repulsieve kween."
"Maar ik heb geen geld."
"Dan zullen we je te grazen nemen."

Sanseveria haastte zich op de pedalen van haar fiets, en trachtte voor de eerste maal de heuvel op te fietsen. Ze hief het achterste van het zadel, en trok zich recht aan het stuur. De drie mannen stormden naar de fiets. Een pedaal brak af, en S. dook tegen de vlakte. Ze lieten haar liggen, en liepen bulderend en bezopen verder. Het clownspak was verfomfaaid.

Die ochtend had S. zich geërgerd aan een verstopte afvoer. Ze had ontstopper meegebracht. “Dat spul werkt als industrieel ontstopper.”, had de verkoper gezegd. Ze liet drie volle flessen in de wastafel storten. Het putje slikte zoveel mogelijk, liet alles weer even opborrelen, waarna het goedje begon te zieden. Ze krabte met haar nagels de verharde crème vantussen de rimpels. Haar ogen zakten opnieuw naar hun oorspronkelijke positie, de ooghoeken gleden naar beneden. Ze had het gezicht van een treurige hond. Twee diepe rimpels tekenden haar wangen. De oren stonden veel te hoog om die van een mens te kunnen zijn.
Ze zette de clownsneus af. De witte badkamertegels waren kil, en deden haar voeten rillen. Het huis werd nooit verwarmd. “Zo voel ik dat ik leef.”, zei S. Voor het douchen wilde ze Servaas nog even gedag zeggen. De badkamerdeur zat vast. Ze werd paniekerig wanneer ze rookpluimpjes zag binnen glippen. S. liep naar de toiletpot, en hief zich met veel ongemak naar het kleine raampje. Ze stak haar hoofd naar buiten en wilde om hulp roepen. De drie mannen stonden in de achtertuin. Ze lachten en zongen.

"Klein vrouwtje van perkament, van je huis rest nu nog 't fundament, ons rest enkel nog jouw excrement."

De buren stonden op de achtergrond mee te neuriën.
S. sloot het raam, liep naar de douche, en draaide de kraan open. Het koudste water liet ze over haar hoofd vloeien. Het clownspak werd zwaar. Ze liet zich tegen de cabinewand naar beneden glijden en huilde. Ze sloot de ogen, bracht de handen naar het hoofd, en omsloot de oren. De haren pulseerden met het water. Het hoofd bewoog ze in cirkels onder de waterstralen, zachtjes. Ze hoorde de zee. Elke keer ze het hoofd wat verder vanonder de waterstraal haalde, hoorde ze een grote golf. Als ze trager bewoog, hoorde ze een lang uitgerekte golf die op het strand aanspoelde. Ze hoorde het zand meegenomen worden. Ze had zichzelf steeds geleerd de dood te relativeren. Ze had de zee nooit gehoord. Ze had niet gelukkig geleefd.
Alvorens het vuur de trap bereikte, raakten de leidingen verhit. De zwaveldampen van de ontstopper verspreidden zich in de badkamer.
Sanseveria werd samen met de resten van haar badkamer in een kist gegooid, en begraven op het kerkhof. Want dat is wat ze zeker niet wilde.

Een grote kaars wordt omringd door kleine kaarsjes. Wanneer de grote kaars brandt, laat ze het overtollig vet in de andere kaarsjes lopen, en verdrinkt hen.