woensdag 31 december 2008
Slaapdronken
De hoofdpijn bleef, maar inmiddels was Charmaine erin geslaagd wat nieuwe gedachtebronnen aan te boren. "De kinderen.", kwam haast als een dronken boertje uit haar mondholte. Ze vergat hen in te stoppen. Vier en zeven, Dudley en Joan. Half-wezen, sinds de dood van Mark alleszins. Driehoog, werd Charmaine opgeschrikt door een schreeuw, en een deur die te hevig werd gesloten. Met vier sprongen van de trap, belandde ze opnieuw op de tweede etage. De deurspleet onder de reptielenkamer toonde een lichtstraal, en Joan herhaalde diezelfde kreet. Een klap op het hoofd deed Charmaine op de grote betonnen vloertegels belanden. Drie schaduwen bewogen in het door de gordijnen achtergelaten licht. Het werd stil in de reptielenkamer.
Intussen probeerde een tengere vrouw van veertig de bewoners van het huis met de dertien etages te alarmeren van haar bezoek. Charmaines wagen belemmerde het verkeer in de straat. Een geel notebookpapiertje dat aan de voordeur hing, trachtte de vrouw iets duidelijk te maken. Regendruppels hadden van het papiertje echter een natte frommel gemaakt. "HANDLUKN?"
Voor Charmaines ogen lag het beeldje dat ze had gekregen van een vriend, na diens rondreis door Afrika. Erik was zijn naam. Hij had het moeilijk gevonden wat mee te brengen, maar een schijnbaar authentiek Khoikhoi-borstbeeld leek hem wel gepast voor een verse weduwe. Het beeld verdween in haar bovenooghoek, en de koelheid van de betonnen tegelvloer werd het schuren van het woonkamertapijt. De harkerige haardos van het vloerkleed voelde aan als een kaars die een honderdste van een seconde lang haar gezicht tekende, dan even scheen te verdwijnen, maar zich meteen heropstelde. Charmaine was onder narcose gebracht, maar bespeurde evenwel de geur van uitgebroken maagzuren. Twee handen tilden haar dijen op, terwijl een schaar de broek die ze droeg met grote halen versneed. Ze trachtte te gillen, maar een snelle strook tape ontkrachtte haar stemgeluid. Charmaine dacht aan het bankje waar men haar intussen had opgelegd, een stuk meubilair uit de speelhoek. Twee dijbenen wrongen zich tegen haar billen, en een penis baande zich een weg tussen haar schaamlippen. Diepe halen vraten de schede aan. Charmaine voelde niet langer met hoeveel men die avond haar binnenste bezocht.
"HALD INDLUKKEN!" De tengere vrouw van veertig bevocht de deurbel, en plaatste de oren tegen de glazen wand van de voordeur. Ze hoorde wat, en duwde daarop de toegangsdeur open. Eens belandde ze op die manier in de woonkamer van George Verkammen, die de buitenechtelijke relatie van zijn wederhelft net aan de lijve ondervonden had. Sinds die dag was ze niet wijzer geworden. Langzaam klom ze twee tredes omhoog, en lonkte over de tegels van de eerste etage. De frêle veertiger nam enkel een in duisternis gehulde sofa en een hoek met kamerplanten waar, en stond weldra twee verdiepingen hoger. Een deur die oplichtte trok de aandacht. Een touw werd haar rond de benen gebonden, waarop ze het evenwicht verloor, en met het hoofd tegen de deur bonkte. Ze zag twee kinderen bengelen aan een touw. Een slang had zich rond het been van het ene kind gewrongen, en aan de tenen van het andere kind kronkelden enkele andere serpenten. Bloed liep langs de schubben naar beneden, in een plas die zich vermengde met het water uit een omgekieperd aquarium.
Eddy was 37 en woonde bij zijn dode moeder. Ze was nooit sociaal begaafd geweest en spendeerde de laatste dertig jaar van haar leven in de woonkamer van het huis. Toen ze op een nacht stierf, had Eddy het niet nodig gevonden wie dan ook van haar vertrek in te lichten. Ze was verschrompeld en stonk niet meer. Op dit moment, trok Eddy zijn geslachtsdeel terug uit het lichaam van Charmaine, ruilde het voor een pistool, en haalde de trekker tweemaal over. De tweede kogel verliet Charmaine langs het topje van de schedel.
[…]
Toen de vrouw met het lambdacisme er uiteindelijk in slaagde de kamer te verlaten, had het zuur zich zo diep in haar poriën genesteld dat, toen ze schreiend wegrende, rondfladderende huidschilfers de utopie van een witte kerst even werkelijkheid maakten en men haar even na middernacht makkelijk kon opsporen – delen van haar ontwortelde haardos vormden een quasi ononderbroken collier langs het trottoir.
maandag 15 december 2008
Hoerenwelp
Warempel warempel,
De donkere duivelskinderen
Die zich een weg baanden uit de Vulva
Vers bloed dat enkel met zichzelf bestond.
Elke nacht tracht licht te laten in zijn stolp,
en het wegsijpelen niet kon verhelpen.
“Hey, you’ve got to hide your love away.”
Aan de rand van de volgende dag.
De man met alle gezag.
Kanonslag.
donderdag 20 november 2008
Ik
opdat de buurman ze niet horen zou.
Langs het raam waait een frisse wind,
die de muziek wegzuigt, en vervangt.
Warm water vloeit de kamer in,
en vang ik op in een ijzeren hek.
Langs het gaatje in de muur,
vloeien haren en teennagels mee naar het ondergrondse.
Met hen, mijn herinneringen.
Mijn leven geef ik mee.
Ik word elke druppel geboren.
Wanneer leer je me lopen?
Met hen, mijn bloed.
zaterdag 8 november 2008
"Trust me, all Swedish girls are like this."
zondag 31 augustus 2008
Een snuifje Soprano
Indien ik verplicht zou worden de zoon van een tv-familie te zijn, zou ik trouwens met volle overtuiging een Soprano worden. Vooreerst opent het feit dat je de zoon bent van een der grootste maffiosi toekomstperspectieven. "Den Tony, hij komt toch overal mee weg hé." Ik zou oppermachtig zijn, en jou kunnen laten liquideren. Het gevaar in de business geworpen te worden afwendend, zou ik, anders dan A.J., studeren. Alle overbodige luxe valt ook wel te genieten, al kan men uiteraard steeds een kogel door het hoofd krijgen bij het vertoeven in Tony's zwembad.
Ciao! Benvenuti alla mia cucina!
Mijn grootste motivatie zou echter het voedsel zijn. Ook al lijken de ovenschotels van tante Janice nergens op, als moeder Carmela haar Zitti al forno uit de oven haalt, kan men onmogelijk onbewogen blijven. Voelt u toch meer affectie voor de dinobillen van The Flinstones? Kijk dan even naar de plaatjes die ik fotografeerde uit een kookboek, en probeer het clavier zo weinig mogelijk onder te kwijlen. Tony's barbecuekunsten doen daarenboven zelfs de taaiste smelten. Malse, spetterende, gegrilde worstjes met venkel en kaas. De gebakken ziti, zondig verrijkt met drie kazen. Zelfs 'Paulie Walnuts' Gualtieri's eieren in het vagevuur doen je hunkeren naar meer. Gelukkigerwijs heb ik het kookboek met àlle recepten uit de serie, waardoor het kotleven bijzonder smakelijk zal worden. Niets is immers prettiger dan uitgebreid degusteren. "Ik heb gehoord dat de Eskimo's vijftig woorden hebben voor sneeuw. Wij hebben er vijfhonderd voor eten."
(Geef de foto's een klik)
De Gezellige Heksen
- Sandrina: “Het gaat goed met uw kinderen?”
- Vrouw: “Maar ik heb geen kinderen.”
*stilte*
- Sandrina: “Ook geen neefjes of nichtjes?”
- Vrouw: “Neen.”
- Sandrina: “Huisdieren?”
- Vrouw: “Ja, twee katten.”
- Sandrina: “Aha, dan zijn dàt uw kinderen."
Velen zien echter enkel de negatieve elementen van het format. De oplichterij, de waanzin, en alle andere lariekoek. Ze zien Sandrina, Sanna, en de naamloze zwartharige als de opvolgers van de belspelen, Madame Soleil, en de SMS Games. Uitbuiters van weerloze vrouwtjes. Gelijk hebben ze.
Ik ben echter een fervent voorstander van Astrocontact. Vooreerst omdat het garant staat voor humor van de hoogste regionen, en het op die manier het enige, huidige Nederlandstalige humorprogramma is. Het is daarenboven een prima start van de dag, en daar het om 8u30 wordt uitgezonden, een grote stimulans om de lakens te verlaten.
Belangrijker is echter nog het feit dat Astrocontact de gedrochten der maatschappij veilig binnen, voor de televisie houdt. De depressieve vader, de buurvrouw met de dode hond(en), de oom met financiële problemen, de vrouw die net haar zesde miskraam had, zullen JOU niet langer vervelen met eindeloos geblaat. Voor hen is er nu Astrocontact, even lekker uithuilen op televisie. Het is immers frappant dat de bellers niet zozeer de toekomst willen kennen - al is dat ook een belangrijke factor, maar simpelweg menselijk contact willen. Zonder Astrocontact, zit er voor hen niets anders op dan zelfdoding en elke zaterdag om 7u naar de markt gaan. Alle kaartlezers, astrologen, karakteranalysten, huisdierspecialisten, en zesde-zintuiglezers zijn bovendien gediplomeerd. De gedachte dat mensen vanaf nu kunnen betalen voor het ten toon spreiden van hun domheid, doet me wentelen in donzige wentelteefjes.
Geen brandstapel voor deze heksen.
Maak kennis met de mofse versie (opgelet: erg macaber):
De Grotten van Han + Sneue-Dierenomnibus nr. 2 en 3
Hierbij meteen ook delen twee en drie van de Sneue-Dierenomnibus. Kleine beertjes en leuke konijntjes.
Maak kennis met de Maleise beer of honingbeer, met zijn maximale lichaamslengte van 150cm het kleinste wezen uit de berenfamilie. De honingbeer slaapt overdag op lage boomtakken in de tropische regenwouden van Zuid-Oost-Azië, en voedt zich met vogels en planten. Opmerkelijk is de halvemaanvormige vlek in de nek. Ook is hij ook ietwat onooglijk en lachwekkend sneu.
Een konijntje voor je kleintje. 'Sneu' wordt hierbij een synoniem van 'Angorakonijn'. Indien dit dier niet regelmatig geschoren wordt, gaat het dood, daar het de lichaamswarmte niet kwijtraakt. Vele Angorakonijnen worden echter gefokt en geschoren voor het fabriceren van kledij, en krijgen zo de kans niet te sterven. Het Angorakonijn is ontstaan door genetisch toeval. Het dier moet met voorzichtigheid behandeld worden, maar kan wel erg hartveroverend en zachtaardig zijn. In de achttiende eeuw was het Angorakonijn dan ook een huisdier aan het Franse hof. Zo schattig.
Straatgebeuren
"Laat iemand deze man beseffen dat hij dood is." Het verbaasde me dat er voor het eerst sinds geruime tijd wat te beleven viel in de straat. Ik was tien en zag hoe een myriade van druiloren zich voor nr. 12 installeerde, botsend en met enkele aarzelingen alsof ze achternagezeten door vleesetende neushoorns twijfelden tussen vluchten of boomklimmen. Vanop een stapel oud papier die deze ochtend voor de deur van de slager was neergezet, zag ik de vrouw van de bakker en mijn oude buurvrouw Rita, die puffend neerknielde bij het lichaam van een man. Dit deed me vermoeden dat ze bij het merken van enige commotie meteen de straat was opgerend - niet vanzelfsprekend wetende dat ze op het achtste woonde en enkel nog buitenshuis vertoefde om eenmaal jaars naar het kerkhof van haar in de burgeroorlog overleden echtgenoot te hinken, want ze hinkte als geen ander. Even vervlogen mijn gedachte naar de woonkamer van tante Rita, want zo had ik haar altijd al genoemd, waar ik haar in een veel te klein maatje 32 op een heus fitnessapparaat de krimpende beentjes zag trainen. Ze moet lang naar deze dag hebben uitgekeken. Doorheen schouders en kinnen zag ik de man nu grotendeels, gefrappeerd door niets anders dan een qua grootte aanzienlijke lach, en een oranje hoed. De reden van het inmiddels groots opgezette spektakel bleef me voorlopig onbekend, vooral omdat een heuse industriële kippenren nu de straat had gevuld. Wauwelende individuen op de rand van hun bestaan deden me opnieuw in Tante Rita's woonkamer belanden, ondersteund door mijn wildste fantasieën. Hersenspinsels werden echter doorbroken door plotse beweging in het kamp van de omstanders. De man, de oorzaak van dit tumult, stond op en greep de vrouw van de slager bij de hand, waarop deze even een angstige kreet blies, maar al gauw ietwat beschaamd de hand naar het gelaat bracht, implicerend dat ook zij wist dat er niets aan de hand was. Een weg had zich intussen door de menigte gevormd, en de hele mensenmassa was enkele passen achteruit gegaan - ik giste, met als motief de mans slordige en obscene voorkomen, dat dit wel eens door de wegens hem verspreide walmen zou kunnen komen. Even strompelde hij verder tussen de kasseien van de straat en de door de jaren heen geaccumuleerde hoop asfalt van de stoep, om enkele seconden later neer te vallen. Even zag ik Del Shannon voorbij wandelen. Hij keek op en lachte de man toe, al besefte ik dat men Del ergens in de '80 vergeten was - in de UK bleef hij echter wel populair. "Ik heb je!", riep de gevallen man met de hoed - die intussen 'cowboyman' was gedoopt, waarop de inwoners van mijn straat, maar ook van ver daarbuiten, wederom als aasgieren rond de man cirkelden.
<"Wat zegt hij?" "Men zegt dat hij van de prairie komt." "Wedden dat hij een ontsnapte lunatic is." "Laten we hem uitkleden en op de kerktoren hijsen." "Wetjet al van den deinen?">
"Ik heb je!", riep Cowboy opnieuw - want ik prefereerde de praktische naam, waarop hij greep naar iets wat men niet zag. Een plaatselijke wijsgeer verliet de contouren van de menigte, en zei: "Deze grijsaard speelt met het niets, dus moet niets toch wel iets zijn, en behoort het iets, dus ook het niets niet tot het alles?" Ik zag het geloof uit de straat wegvloeien, en ik denk dat geen een nog enig benul had waarover dit alles ging, wat ook resulteerde in de eerste afdruipers. Overal ontwaarde ik tijdelijk defecte lichamen met wezenloze blikken, gesierd door schaduwen die zich steeds verder van de lichamen afzonderden. "Laat iemand deze man toch beseffen dat hij dood is!". Even later werd Cowboy door mannen in zwarte pakken uit het straatbeeld verwijderd, waarna ik tante naar huis zag strompelen, net als de andere straatbewoners. Nog lang werd hierover nagepraat. Men zei dat hij schadelijk was voor de volksgezondheid, en ergens buiten de stad wegkwijnde in een cel. Ik hoopte dat hij het niet opnieuw kwijtgeraakt was, maar besefte dat alles wat Cowboy ooit rijk was, hem nu arm zou zijn. Hij zou zichzelf nooit vergeven het opnieuw verloren te hebben, en toen besefte hij dat hij dood was. Niet veel later stond het in de krant. De publieke opinie luidde: "Neem een man zijn geloof niet af!", maar men snapte het niet. Wat zou het? "Laat iemand deze man beseffen dat hij dood is."
Mijn leven als Jefke
Ik was Jefke, en ik had een droom. Graag wilde ik vis leren pekelen - vooral haring. Een zoektocht op het internet leerde me het volgende: "Natuurlijk pekelen wij onze vis in ambachtelijk geoogst zeezout en wordt de vis door de wind gedroogd en dan in de rookkist opgehangen.", maar van enige methode om het aangehaalde zeezout op de vis aan te brengen, of om hem te drogen, werd geen notie gemaakt. Tevens wilde men niet kwijt waar men kan overgaan tot de aankoop van zo'n rookkist. Ik was een notoir viseter, derhalve zocht ik gretig verder naar een handleiding voor het pekelen van vis. Twee weken geleden slaagde ik erin een woedende meute op de been te brengen, bestaande uit huismoeders, kaderpersoneel, en alle mensen die belast worden met de organisatie van Secretaressedag. Allen voelden we ons door de gevestigde autoriteiten in de steek gelaten, daar deze het pekelen van vis volledig aan de vismarkten in Oostende en De Panne overlieten, en aldus het monopolie dat deze twee hadden, autoriseerden. We werden bloedig neergeslagen, maar vochten terug. Vandaag hebben we al heel wat verwezenlijkt. Door een lang aanslepende strijd met de visbazen, weten we nu dat de vuistregel bij het pekelen van vis het oplossen van ongeveer tachtig gram zout in een liter water is. Daarmee wordt de smaak verbeterd en worden de bacteriën gedood. Uiteraard is dit slechts een eerste stap in de volledige onthulling van het pekelproces, maar het is alleszins een begin. Nu de Belg er gaandeweg in slaagt zijn boontjes zelf te doppen, is de weg naar de onafhankelijkheid van het pekelen geplaveid, en kunnen wij een glorierijke toekomst tegemoet gaan in de wereld van de pekelharing, de sprot en de pangasiusfilet.

