woensdag 3 augustus 2011

Wat vliegt daar

Een landhuis.
Velden.
Een grote tuin.
Een boomgaard.
Boomgaardén.

En pal in 't midden.
In't rood.
En 's nachts helemaal verlicht.
Een platform om luchtballonnen op te laten,
een speciaal platform.

En duizend luchtballonnen,
in de lucht,
die uwe naam spellen.
In't groot.
In't rood.
Tienduizend.. - een miljoen luchtballonnen
die in't supergroot uwe naam spellen.

Over verschillende continenten gespreid de letters van uwe naam.

Een míljard luchtballonnen.
Met zeven in zo énen ballon.
De wereldbevolking ín uwe naam.

En al die hondjes maar van in hun huizekes
keffen naar hun bazekes.
Keffen, naar uwe naam.
"Smeerlap.", denken ze,
"Mij hier zo alleen laten."

Maar die bazekes:
"Neen, 'k vind 't hier schoon, 'k blijf hier hangen."
En die vlogen hoger en hoger me hunnen ballon;
uwe naam,
hoog in the sky.

's Nachts zochten die hondjes nog met
die verlichting van dat platform naar
uwe naam.
Maar geen bazekes te zien.

"Gijlen hebt ons wel, maar wij u ni."
zeiden die hondjes.
Ze zaten daar schoon.

"Ge hebt te groot gebouwd,
ge zit met lege kamers.
Ge krijgt uw eigen niet meer verhuurd.
't Hing in de lucht dat ge ging vertrekken."

En als ge heel goed kijkt,
kunt ge ergens ver bovenaan 't firmament
uwe naam zien hangen.
En zeven miljard zwaaiende pollekes.

vrijdag 29 juli 2011

Tekstje voor op begrafenissen 7: Iemand zwart

Tekstje voor de begrafenis van iemand zwart die in de ongenade was gevallen. Het mag voorgelezen worden voor iemand die zwart was in ongenade op een begrafenis.

Aan H en D

Wij hebben iemand in de familie die dat ook heeft voorgehad -
er zijn van die dingen die men toch liever arm is;

Ze stond aan de deur,
ze deed de deur open,
de deur ging niet open.
Via de brievengleuf probeerde
ze binnen te raken
maar daar hing een vel voor,
een velleke.

Volgende etappe:
Ze trok aan dat vel en
er kwam een hele huid mee.
Dat hadden wij nog nooit geweten.

Toen wij iemand schijnbaar velloos aantroffen -
en daar zijn we nu beland,
hebben wij nog getracht de schade te herstellen.

Wanneer men zijn kind zegt:
"Gij zijt stout, wij zetten u buiten zoals het vuil,
als gij terug binnenkomt, zetten wij u volgende
donderdag opnieuw buiten als het vuil."
Mensen zeggen dat.
Sommige mensen doen dat en
lopen bij het naar binnen gaan
huilend terug, hun kind omhullend
met tranen en armen.
Anderen doen dat en betreuren
hun leven lang.
"Niemand doet dat!"
Mensen pakken elkanders vel niet af.
Wij hadden zoiets nog nooit zien gebeuren.
Wij hadden zoiets van: "Maar allez.."

Zij wilde nog naar binnen gaan.
Ze opende de deur,
de deur ging niet open;
er zat een velleke onder
de deur geklemd.
Ze opende de deur,
duwde zo kleine wondje,
en de huid scheurde.
Maar achteraf bleek die toch
al van niemand geweest te zijn.

Toen wij niemand schijnbaar velloos aantroffen
- en daar zijn we nu beland,
hadden wij het lege vel reeds begraven.

Op vrijdag zat het kind nog bij het vuilnis.
Toen het die nacht regende,
heeft het kind iets gekregen.
De vuilnisman wilde het kind niet meenemen
omdat hij op zijn
Dingendiedevuilnismanmagmeenemen-lijstje keek,
en kinderen stonden daar niet op.
(Dat is metaforisch voor
vastzitten tussen leven en dood.)
"Ik ga u hier moeten laten staan.",
zei de vuilnisman
dag na dag.
Hij plakte een sticker op het kind.

De man die bloemen zaait om
ze bij het openen van de eerste knop
af te maaien.
Mensen doen dat niet.
"Is dat erg?"
"Dat is toch niet goed!
- dat wordt niet gedaan,
hij moet dat niet doen!"

"Vandaag was je geen aardig kind!"
Toen we naar Londen gingen
en in Parijs aankwamen;
weet je nog die keer?
Jouw schuld!

"Die mensen dragen hun borsten vandaag zwaar."
(dat is omdat zij mij missen dacht het kind)
Een jaar was verstreken en
het kind was op de stoep gebleven,
het bespiedde die mensen.
Die mensen bleven naïef.
Ze zeiden:
"Wij zouden bij jou nog niet van licht
willen lezen afkomstig van dezelfde bron."
Ze werden boos en stroopten
het kind het vel af.
"Nu moet het gedaan zijn.",
zeiden ze.

Op die dag viel er een licht over het huis
dat reeds uit zichzelf een schaduw was.
En zo is het tot nu gebleven.

donderdag 5 mei 2011

Tekstje voor op begrafenissen 6: Iemand die niemand

Tekstje voor de begrafenis van iemand die niemand graag had en dood gemaakt werd. Het mag voorgelezen worden voor iemand die niemand graag had op een begrafenis.

Zij liet haar hond achter zoals ze haar jas zou uitdoen en aan de kapstok hangen;
ze bergde hem op,
in een doos op zolder
of als het maar voor even was;
bovenaan in de jassenkast,
bij de hoeden,
of in de paraplubak.

Zij was de mens die opmerkte
wanneer je op je schoenen had geplast
en die steeds zei:
"Wij zijn hier nog niet klaar."
Voor haar was niemand waar dan ook ooit klaar geweest.

Zij vermeldde steeds haar zere poep
van al het zitten bij haar baan
en hoe ze nog steeds kon teren op
haar pamperrekening van vijftig jaar eerder.
Zij was zo een zuinige.

Zij was de mens die zei:
"Hier komen de traantjes.",
wanneer iemand om haar huilen zou,
of door haar toedoen.
Wij kregen buikpijn van hoe zij rook.
Zij was zo een triestige.

"Ga maar wat afkoelen op de gang!
Steek uw kopke maar eens in die tobbe -
wij zullen uw handtas intussen wel
bij ons op schoot nemen.
En weet dat als een hand u bij de
nekharen grijpt, het niet zal zijn
omdat wij denken: "Oei, zij blijft lang onder.
Zij zou mogelijk wel eens naar lucht moeten happen."
En weet dat ge hier goed zit bij ons,
in de kast van den bureau.
Dat we uw achterstallige papieren zullen invullen,
uw lonen zullen innen, de rekeningen betalen.
En niemand zal het ooit geweten hebben."

Geen groot licht,
geen groot gemis.
Maar ge waart wel nen harde werker.

dinsdag 3 mei 2011

Mag ik u moeke noemen?

Als iemand het nodig zou hebben
ergens een weg te vinden
naar iets of iemand,
dan is er deze plek
waar men iedereen moeke mag noemen.

Klein genoeg om omwald te worden
en daarom omwalden wij die plek.
Groot genoeg om er een hart kwijt te raken
en daarom verloren wij daar onze harten.

De wind speelde met ons in het graan
en dreef ons elk avondmaal tot ons nest.
Ons stemgeluid was enkel nog dat van een vijfjarige
te hard gekriebeld door zijn vader.
Wij konden veel verdragen.

De ouderlingen spraken van:
"Het dorp dat de geur van wafels
in dit land had binnen gebracht."
Wij lachten om hoe hun loszittende huizen naar elkaar toe dreven.
Nog een beetje dichter en ze zouden elkaar
vanuit hun ramen
kunnen zoenen.
Zij hadden de overstromingen meegemaakt
maar konden daar inmiddels om lachen.

Het was pas toen wij die plek zagen,
wij beseften waar de ballonnen die wij
als kind zo vaak hadden opgelaten,
al die tijd waren neergekomen.

En de plek zei dat we haar moeke mochten noemen.


maandag 25 april 2011

Tekstje voor op begrafenissen 5: Iemand die opging

Bij dit tekstje voor op begrafenissen mag zachtjes "Geen zwakke zesjes." gefluisterd worden. Op de achtergrond.


Tekstje voor de begrafenis van iemand die daar heel erg in opging en stierf. Het mag voorgelezen worden voor iemand die daar heel erg in opging op een begrafenis.


Hij was altijd al hard opgegaan
en er voor gegaan
goed zijn best gedaan.

Hij zou het nooit zomaar geprobeerd hebben
liet zich niet betrappen op foolish zijn
en ging daar tenslotte simpelweg en helemaal in op.

Ik heb dat zien gebeuren dat hij op een terras zat en plezier had.

En toen ging ie dood.

woensdag 30 maart 2011

Tekstje voor op begrafenissen 4: Iemand schoon in dat kleedje

Een tekstje voor de begrafenis van iemand die schoon was in dat kleedje, opeens viel en stierf. Het mag voorgelezen worden voor iemand die schoon was in dat kleedje op een begrafenis.

Voor haar begrafenis schrijf ik idyllische dingen als
ik had verwacht dat zij als een sigaret was die nooit doven zou.
Zij was de trippel in mijn bierkorf,
de saus op mijn frieten.

Ze was zoals een videoband die men
de hele tijd zou willen terugspoelen.
Zoals een stielman,
die vindt men ook niet veel meer.

- En die was zelfs nog niet tot in de fleur van haar leven geraakt.

Hoe zij schoon was in dat kleedje,
ik zou het niet kunnen nadoen.

zaterdag 19 maart 2011

Tekstje voor op begrafenissen 3: Toffe madam

Een tekstje voor de begrafenis van iemand die een toffe madam was en opeens omkwam. Het mag voorgelezen worden voor iemand die een toffe madam was op een begrafenis.

Het was een toffe madam maar wel een heel magere.
Op koude dagen waarop haar gezichtsvel strak stond,
leek ze op een skelet waar iemand te dun gesneden sneetjes beenhesp had op gelegd. En die was altijd bleek in haar gezicht.

Wij hadden nog samen in het lager gezeten.
Toen die klein was had ik nooit gedacht
dat dat zo een toffe madam zou geworden zijn.
Het was ruim na haar dertigste dat ik voor het eerst dacht:
"In die vrouw zit iets in,
hier zie ik de kiem van een toffe madam."

Hoeveel toffer die nog had kunnen worden als ze nog had geleefd?
Ik zou het niet weten.

woensdag 2 maart 2011

Tekstje voor op begrafenissen 2

Een tekstje voor de begrafenis van iemand die homo was en omkwam na zijn relatie. Het mag voorgelezen worden voor iemand die homo was op een begrafenis.

Sinds hij uit zijn homorelatie gestapt was,
had ik het gevoel dat ik het terug over mijn hart zou kunnen gekregen
hebben hem aan te kijken.
Het heeft mij nooit bevallen dat hij georiënteerd was.
Ik noem dat onredelijk en driftmatig.

Het werd al wat friskes toen hij dood ging,
maar laat ons niet zeggen dat het al volle winter was.

Ik heb dat mijzelf nooit weten te verkroppen,
zijn oriëntatie.
Maar verder was het een heel lieve homo.
Daar niet van.

dinsdag 1 maart 2011

Tekstje voor op begrafenissen

Een tekstje voor de begrafenis van iemand die lesbisch was en die omkwam in haar relatie. Het mag voorgelezen worden voor iemand die lesbisch was op een begrafenis.


Liefde zat er voor hen niet meer in
want zij hadden al eens kinderen gehad
en ze zaten op zee zonder boot
want die arme vrouw had haar eigen vlot in brand gestoken.

ARME VROUW
die vreselijke aanvallen van Heather
die met de mond in de tong praat
en haar uitvallen toch.
IS DAT WIJN?
Wees er alstublieft voor haar.
Ga eens langs bij haar.
Sinds ze dat lesbisch koppel
niet meer vormt doet ze toch
zo vreemd!
Ze heeft net zo goed als
moeten vernemen dat ze
helemaal
niemand heeft
eigenlijk.
Ze hebben het gedaan gemaakt.
Ze heeft dat allemaal alleen moeten dragen.

En ze woonde dan nog wel in die boot ook
nog, ook dat nog. Waar ze graag woonde!
Dat het niet gepland was of
in de trant van
Elke Atlanta - haar wederhelft in de voormalige
vorming van het lesbisch koppel
die deels ook haar, hun eigen boot in brand had gestoken,
die inbreng had gehad.

Ze had gedacht,
die arme vrouw,
die ligt plat, die is niet goed,
ik ga die plat laten liggen,
die gaat plat moeten blijven liggen.
Maar toch niet op een brandend vlot.
Boot. Woonboot.

Houd het beestje recht
geef het wat water
zeiden ze nog
steek het in een dozeke
met wc-papierkes
goed voorzien van iemand die
de was en plas doet
van het arme beesteke.

Ze hadden een jonge merel in de tuin op hun boot
waar ze nog een nanny voor hadden gekocht.
Zo een lieve mensen dat dat waren!
Zo'n lieve!

maandag 10 januari 2011

Niet echt een titel

Dit gaat over de vier minuten in je leven waarin elke minuut het meest telt. Meer dan alle andere minuten die tellen. Dit is
voor de dag waarop je hulpeloos in het water ligt,
voor wanneer je borstels vol oud haar zitten
en mensen aan de oever dingen naar je toewerpen.
Voor wanneer je haar niet meer zo kastanjebruin is
maar lichtbruin met een ietwat grijze schijn
- maar heus niet grijs.

Voor wanneer mensen dingen naar je toewerpen
en zich afvragen hoe die vrouw er als twintigjarig meisje
uitzag en hoe ze daar toch is terecht gekomen.
Voor wanneer mensen niet langer touwen en boeien
in het water werpen
maar foto's in kaders en gerechten in potten
uit de koelkast.
Voor wanneer heel je geschiedenis in een doos past
waarvan de inhoud je wordt nagegooid
en mee zinkt.

Voor alles wat je ooit werd beloofd.
Voor eeuwige liefdes,
namiddagen in de zon en
een gegarandeerde tweemaandelijkse bloei.
Op zekere leeftijd moet men zijn tenen
niet langer in schoenen van vroeger
trachten te stoppen, want meer dan tenen
krijgt men daar toch niet meer in.
Voor alles wat ooit jouw idee was.
Voor onze dode ouders
en zieke zusters.
Voor je zwarte Minnie Mouse-hakken.

Voor de keren je je huis niet meer zal uitkomen
en de dingen enkel nog als schaduwen
van de zon op je muur zal zien.
Voor het huis waarin je als eerste zal aankomen,
dat je zal vullen
en als laatste bewonen.
Voor alle kennis die je hebt gehad.

Voor het oude vrouwtje
dat jassen had inmiddels tot op de grond en
wiens voeten voortgleden in de sneeuw.
Voor het vrouwtje dat zich toen van het jaagpad
afduwde en op haar achterwerk
de rivier in gleed.
Voor het vrouwtje dat in het water de ogen enkele malen
knipperde. Omdat het er zo koud was.
Voor het vrouwtje dat niet zag wat haar
werd toegeworpen en voor het vrouwtje dat
zich gewoon liet glijden.
Het vrouwtje dat niet zomaar een vrouwtje was
maar een prinses en eigenlijk ook nog een klein meisje
met op haar schouders mijn rustende ook oude handen.
Een paar pantoffels onder een rode jas
en toekijkend van in de wei;
heel veel lichtbruine bambi's.



Jacoba in Central Park.