maandag 16 augustus 2010

Iets over mensen met een hond

Pasen was een succes!

Allez.
'k Zet dat gebraad op tafel - schoon gebraad, groot,
'k Was er nen hele namiddag aan bezig geweest.
"Hoe moet kik daar aan beginnen?", vraagt den Dino.
- Ja, 'k had hem uitgenodigd. Sinds zijn scheiding ist ij veel plezanter geworden.
"Gewoon aansnijden.", zeg 'k ik.
Ja, hoe speelt ge een heel varken binnen?

"Uw kinderen zijn echt ge-wel-dig!", zeg 'k hem.
Hadden die twee van den Dino dat gebraad tegen 't plafond gesmeten.
Zij: "Ja, wa nu?".

Ik naar de keuken, kasten open.
Rozijnen, niks dan rozijnen.
"'t Is rozijnenweek.", zeg 'k. "We eten alleen rozijnen!"

zaterdag 19 juni 2010

De laatst opgeblevene

Ik ben de laatst opgeblevene,
waar anderen sterven in hun slaap,
waar anderen liggen woelen in hun slaap.
Onbewaakt. En ik ben hun gevaar.
Waar anderen nooit alleen kunnen zijn en aan elkaar klusteren,
als ratten in een steeg als het koud is,
heb ik het alleenrecht op alleen zijn.

Dat is de laatst opgeblevene.
De laatste die nog alleen mag zijn.
De laatste die niet moet zeggen: "Laat mij gerust.",
om gerust gelaten te worden.
Wat hij beleeft missen anderen,
en hij beleeft alles al.

vrijdag 2 april 2010

Ik kwam is op de taart: twee

Een verhaal over baby's die als oude mensen praten.

Zoé: "'t Is te hopen dat 'k sterf voor dat mijn stoof het begeeft. 'k Heb echt geen goesting om die te laten maken. En ze geeft zo al wa zwarten damp."
....

Noor:
"Een handdruk.
Een klein broodje.
Een klein brood.
Als het een klein brood is dan zeg ik meteen een klein broodje.
Gij zijt manneke, of vrouwke.
Veertig? Ge zijt een manneke.
Twintig? Ge zijt een manneke.
Een baby is een manneke, een oudje is een manneke. Als het mannekes zijn toch.
In het leven moet men oppassen de dingen niet te veel te zeggen of ze komen onecht over.
Ik wil die promotie echt keigraag!
Ik werk nu een jaar en ik zou keigraag promotie krijgen!
Ik heb gehoord dat er een promotie op til is.
Ik zou die keigraag krijgen!"

Noor: "Zeg 'k hem taart gehaald hé."

donderdag 1 april 2010

Ik kwam is op de taart: een

Een verhaal over baby's die als oude mensen praten.
Omdat wij tegenwoordig allemaal als oude mensen praten.
Verbeeld u dat.

Verbeelden. Ik vind dat geen schoon woord. Ik zeg inbeelden.

Dit verhaal gaat over kindjes met veel ervaring. Ze praten daarom als oude menskes.
Welke namen zijn momenteel in de mode 'k ga die gebruiken.

Lotte: "Seg blondie... 'k Zeg haar 'Seg Blondie' - ze doet haar haar in 't blond hé. Die wilt ni grijs worden."
Noor: "Allez, dat die nu ni grijs wilt worden."
Lotte: "Met haar minijupen. Die denkt ook da ze nog vijftig is."

Lotte: "'t Is echt lang geleden."
Noor: "Goh ja."
Lotte: "Zooo lang zeg! 'k Geloof dat 't nog nooit zolang is geweest."
Noor: "Als 't nog is langer wordt, da vieren we."
Lotte: "Zeg 'k ben kik nimeer van de jongste zu. Nog langer.. Tegen dan zit kik onder de grond."

Oude menskes die luisteren niet naar Julie London. Oude baby's, die luisteren naar Julie London.
Mijnen baby zit in zijn laatste fase dat 'k hem nog baby mag noemen. Maar 'k heb hem vroeger altijd baby'tje genoemd. Zodat hij ook aan wat dat zijn mamzie zegt kan voelen dat hij ouder wordt hé.
De mijne heeft niet graag da'k hem baby noem. Hij geeft daarvan over.

Noor: "Zeg 'k hem taart gehaald hé."

vrijdag 12 maart 2010

Alleen dromen zijn echt natuurlijk

Het sneeuwt.
Je gaat waar je voeten
je heen brengen doch
de sneeuw leidt je voeten.
Je gaat waar de sneeuw
je heen brengt.

Wij zijn stuifmeel.
We hangen vast.
We hangen niet meer vast.
We moeten geleid worden.
We gaan waar de wind ons brengt.
Samen met de wind vallen we.
De wind verandert zijn richting.
Wij veranderen.

Imagineer.
Een lichaam dat in sneeuw niet
langer het evenwicht kan bewaren,
is een lichaam dat verdwijnt
als het de grond raakt.
GAME OVER.
Je gaat waar de sneeuw
je heen brengt.

Imagineer.
Een lichaam gaat tegen de wind hangen.
De wind valt.
Het lichaam valt.
De wind raapt het lichaam op
en blaast het rond de aarde.
De wind blijft een lichaam
rond de aarde blazen.
Dat is een lichaam dat
nooit nog zal thuiskomen.
Volgend jaar zal het
stukjes mens sneeuwen.

donderdag 25 februari 2010

Voor Amorica de Kleine

Aan mijn beste vriendin Amorica de Kleine

Hoe zich te gedragen in aanwezigheid van een mens.
Hoe zich in diezelfde omgeving te gedragen zonder een mens.
Hoe zich steeds trachten te gedragen
alsof in de aanwezigheid van een mens.

Hoe op de klok te kijken wachtend op de aankomst van een mens.
Hoe reeds vriendelijk te lachen om ongezegde zaken.
Zittend op een stoel aan een tafel.
En die mens die op zich laat wachten.

dinsdag 29 december 2009

Voor Armando de Grote

Aan mijn beste vriend Armando de Grote.

Elke wederkerigheid is een beperking.

Een mens is als een huis.
Als dat onbewoond is,
wordt alles sneller rot.
Wij zijn mensen die als
onbewoonde huizen staan.
Tot de tijd komt.
En wanneer eeuwigheid
zich in de tijd mengt,
komt de tijd tot stilstand.

Bijna elke wederkerigheid is een beperking.

zondag 20 december 2009

Gapend als een muil

"Wij zijn een stort!", schreeuwt tante Gusta met haar nasale en astmatische stem naar nonkel Destiny. Hij heeft maîtresses.

Nonkel Destiny zegt: "Allez zoeteke."
En vervolgt.

Wij zijn toch geen stort.
Wij zijn toch geen plek van
koffiesediment en containers.
Relaties zijn altijd ambigu.
Relaties zijn zo ongewenst
als een gênante situatie
met ontblote mensen.
Het is met liefde
als met enthousiasme.
Beide zijn grillig
en tijdelijk.

Maar dan zeg ik u.
Ja, liefde en seks zijn
twee dingen
waar mensen op vastlopen.
Maar zelfs op storten
bouwt men steden.

Ik ben een rivier met
lage waterstand
en de bron is bevroren.

U moet ge kietelen opdat ge zou lachen.
Gusta, als ge dan toch zo gekwetst zijt, toon dat dan!

Ik hoop dat we elkaar in de toekomst nog eens zullen ontmoeten.
"We hebben elkaar toch al eens ontmoet.",
zegt Tante Gusta.

zondag 15 november 2009

Een treurspel in zes bedrijven en vijf taferelen.

Als iemand zo oud zou worden als het aantal malen hij de badkamer schoonmaakt,
en hij zal dat 432 keer doen vooraleer te sterven,
dan zou hij kunnen zeggen gedaan ik maak die badkamer niet meer schoon.
Maar zo gaat dat niet.
Hij ziet de badkamer vuil worden en maakt ze schoon.
Vierhonderdeenendertig keer en ik zal sterven zegt hij.
Maar de dag waarop hij sterft, zal zijn badkamer schoon zijn.
En mensen zullen zeggen hij had dat maar niet zo vaak moeten doen,
het is zijn eigen schuld.
Maar hij was wel proper.
En zijn naam is Jan.
En op de dag waarop hij sterft,
verzamelen alle mensen die Jan ooit kenden voor de deur van zijn huis.
Ze roepen zijn naam.
"JAN, hé Jan!"
"Nooit zullen wij met stokken bij u weg te slaan zijn Jan."
Jan gaat niet op zijn balkon staan, hij kijkt niet door het raam,
want er is geen raam en ook geen balkon,
doch hij hoort hen wel.
Hij lacht en poetst zijn badkamer voor de laatste keer.
"Nooit zullen wij met stokken bij u weg te slaan zijn!"
Zijn eerste liefje roept: "Jan, in uw armen kon ik de zee horen!"
Zijn grootmoeder: "Jan, hoe hebt ge het in hemelsnaam allemaal zo ver laten komen?"
Zijn vader zegt: "Jan, sla vandaag een dag over. Ik ga vandaag ook een dag overslaan."
Maar wij allemaal: "Een dag overslaan? Niets zo onmogelijk als een dag overslaan!"
En Jan zei nog dat hij altijd bij ons zou zijn.
Doch we hebben hem sindsdien niet meer gezien.

woensdag 11 november 2009

Voor de laatste keer.

Servaas vertrekt. Het is ochtend. Hij opent de deur. Hij heeft woonplaats en leeftijd.
Hij heeft een buurvrouw ze staat voor de deur die hij net opende daardoor kan hij niet naar buiten.
"SERVAAS HEEL DE WERELD GAAT U ZIEN STRALEN GE GAAT ER STAAN JONG.", schreeuwt ze.
Een trein rijdt voorbij. Servaas denkt zat ik maar op die trein had ik maar het gevoel ergens heen te gaan.
"WAT IS ER JONG KOP OP GE LIJKT ZO SIP?!", schreeuwt de buurvrouw want ze schreeuwt altijd ze is een van die mensen.
Servaas vergat zijn bril hij gaat terug naar binnen.
Leven is als een kind dat ge aan de telefoon krijgt ge weet niet wat ge daar mee moet.