zondag 21 augustus 2011

Ik wil je in een slet schminken

Dit is een gedicht dat ik schreef in naam van Melissa uit mijn vroegere klas. Toen ik haar voor het eerst zag, wist ze niet zo erg veel maar dat is toen bergaf gegaan. Ik draag dit op aan Haydé omdat zij geen snol is en toch uit onze klas komt.

Om knap te zijn zoals ik moet je
je hoofd kunnen schudden
als een natte hond
en de bitch-test slagen

Mijn kuiten zijn niet van
die kwabbige puta's
maar ook niet van die dikke
van te veel sport

Ik draag mijn
bijzondere kledij op
de manier waarop
ze het op de paspop
voordeden en wil je
met je flosh een snorreke
tekenen op mijn gezicht?

Ik voel de slet
op dit moment zo al
uit mij komen

Op mijn gelaat straalt
de zon veel mooier
dan op andere -
Honden neuken
heel graag mijn been

Als je op mijn kop slaat
trekt in een reflex mijn
kringspier samen.

Ik ben die giechelende
die paradeert in de straat
en in haar tampon pist,
ik ben het die het als eerste
in je ogen zag:
jij bent een
homolesbieseflikker.

Je mag me een bloedneus
slaan en op mij spuiten,
dan kunnen we
cocktailsaus maken.














zaterdag 20 augustus 2011

De tijd van de moordenaar

Reconstructie van een droom.

Vandaag is 't den tijd van de moordenaar.
De moordenaar mag hier alles.
De moordenaar mag gewoon staan en gaan waar hij wilt.
- Mijne mecanicien is er ene.
Oh, maar mijne man heeft ook is ene gekend.
Ik heb hem gezegd: "Ge doet daar geen goed aan. Diene mens heeft daar ook niks aan."
Hij zei dat 't zijne maat was.
Dat ij daarmee zo goed kon babbelen.
- Ja, zo ne moordenaar heeft toch altijd wa meegemaakt hé.
Maar ge moet daar kordaat in zijn. Ni toegeven.
Mijne man dan: "Geeft em een kans. Allez please, geeft em een kans."
Maar hoeveel dingen moet ne mens kansen geven?
't Gaat slecht met hem zegt em dan, mijne man.
"Hoe slecht?", vraag 'k hem.
- "Hij heeft geweend."
't Ging hem ni af zegt ij.
'k Heb hem gezegd: "Ik ken de regels van de kunst,
maar of ik die nu van alle kunst ken.
Ik zou het niet kunnen zeggen."
Hij dan: "In ons huis staat alles als eilanden."
Ik wist ni wat ij daarmee bedoelde, maar 'k vond dat schoon gezegd.
'k Heb hem zijne moordenaar laten houden.

Daags daarna zag ik mij gedwongen diene moordenaar naar ons Armandoke te vragen.
"Heeft u mijn Armandoke gezien?
Onze Armando, hij is vertrokken, we hebben hem niet meer gezien."
- ik had op dat moment ne vogel in den oven zitten

"Je kan je beter klaarmaken.", zei de moordenaar mij.
Ik uit mijn dak. "Dat staat hier onder water!"
Hij weg. Ik bel hem: "Dat staat hier onder water!"
"Mijn wasmachine!"
"Er zijn al vele dagen voorbij gegaan.", hij dan.

Allez jong, u zo nog ne keer herbeleven..
Hoe gaat gij mij tegemoet komen?
Elke dag boterhammekes voor iemand smeren,
dat schept nen band ze.
"Er staat hier vanalles onder water."
Ikke moedeloos van al dat water.

"Komt ge nog of hoe zit het?"
Als het goed is voor u,
zal ik mijzelf Koude-Hamburger-John noemen.
't Is maar een woord of drie.
En hoe zit dat met mijn machine?
't Is genoeg geweest. 'k Maak mij van kant.

vrijdag 12 augustus 2011

Tekstje voor op begrafenissen 9: Iemand die de website deed

Een tekstje voor de begrafenis van iemand die de website deed. Het mag voorgelezen worden voor iemand die het moeilijk kreeg aan zijn kiekenvlees en de website deed op een begrafenis.

Hij kleedde zich elke dag alsof hij
een interview zou moeten afleggen;
geen risico's pakken,
proper hemd enal,
d' er staan.

Morgen was er de deadline
voor de sollicitaties
maar hij dacht nog;
veel Franstaligen
- we denken dat het dat
moet geweest zijn.

Hij was trouwens verkozen
tot ondervoorzitter en
was constructief geweest
rond strategy papers.
Dat had geholpen.
Goede connecties met
die felle lesbo van
de raad van bestuur
ook.

Hij had zeer aan
zijn kiekenborst
zei hij nog,
maar ook:
"Da val wel mee weh."

En nu is het Sandrine die de website doet.




maandag 8 augustus 2011

Tekstje voor op begrafenissen 8: Iemand die schoon woonde

Aan An-Sofie, Isaline, Jan, Jens, Kate, Laura, Magalie, Pieter en Shelley.

Een tekstje voor de begrafenis van iemand die schoon woonde. Het mag voorgelezen worden voor iemand die schoon woonde op een begrafenis. (Iemand uit Watou)

Op een dag was hij weg
en we dachten
hij kan maar op drie plekken zijn:

Thuis,
De Spar of
Café Gasthuys.

En zo was hij
gewoon nergens
te bespeuren.

Hij had zich kwaad
gemaakt op Watou.
Hij zei:

"Daar is meer leegstand dan
in Brussel,
dat gat.
Daar is niet eens
bruin brood
als ge het niet zelf bakt."
Maar wij waren daar nochtans graag.

In Watou heeft iedereen niks te doen,
dat is heel gemakkelijk om mee af te spreken -
en wie eet dat nu bruin brood.

Maar dat zegden we hem niet want
hij had veel spieren
en daar moesten we voor oppassen.

Ineens verschoten wij ons een geluk;
Boterige chocoladekoeken
als koeievlaaien in de zon
en overal confettibanen
(banen in de lucht waar
al eens confetti heeft in gevlogen),
en dan hij die was doodgevallen.

Maar niet in Watou.
We kregen telefoon
dat hij ergens was doodgevallen.

We hebben van kerk
naar kerk
moeten rijden
en toen lag hij daar,
doodgevallen op zijn vlucht
uit Watou.

En ook al hadden de mensen
hem daarna niet meer graag, ze zeiden
net als over de andere dorpsdoden
dat hij toch zo schoon gewoond had.



woensdag 3 augustus 2011

Wat vliegt daar

Een landhuis.
Velden.
Een grote tuin.
Een boomgaard.
Boomgaardén.

En pal in 't midden.
In't rood.
En 's nachts helemaal verlicht.
Een platform om luchtballonnen op te laten,
een speciaal platform.

En duizend luchtballonnen,
in de lucht,
die uwe naam spellen.
In't groot.
In't rood.
Tienduizend.. - een miljoen luchtballonnen
die in't supergroot uwe naam spellen.

Over verschillende continenten gespreid de letters van uwe naam.

Een míljard luchtballonnen.
Met zeven in zo énen ballon.
De wereldbevolking ín uwe naam.

En al die hondjes maar van in hun huizekes
keffen naar hun bazekes.
Keffen, naar uwe naam.
"Smeerlap.", denken ze,
"Mij hier zo alleen laten."

Maar die bazekes:
"Neen, 'k vind 't hier schoon, 'k blijf hier hangen."
En die vlogen hoger en hoger me hunnen ballon;
uwe naam,
hoog in the sky.

's Nachts zochten die hondjes nog met
die verlichting van dat platform naar
uwe naam.
Maar geen bazekes te zien.

"Gijlen hebt ons wel, maar wij u ni."
zeiden die hondjes.
Ze zaten daar schoon.

"Ge hebt te groot gebouwd,
ge zit met lege kamers.
Ge krijgt uw eigen niet meer verhuurd.
't Hing in de lucht dat ge ging vertrekken."

En als ge heel goed kijkt,
kunt ge ergens ver bovenaan 't firmament
uwe naam zien hangen.
En zeven miljard zwaaiende pollekes.