zondag 12 juli 2009

Pomperdepom in Avignon.

Bomen vertonen de intentie te groeien naar de zon doch niet helemaal náár de zon. Dat heb je dan met Bomen. Intenties.

- Eerste Persoon, ontbloot uw bovenlijf eens.
* Neen, waarom moet ik mijn bovenlijf ontbloten?
- De zon schijnt, dan ontbloot men het bovenlijf. En ik durf wedden dat ge er het bovenlijf voor hebt.
* Ik ontbloot mijn bovenlijf niet. Laat mij gerust.
- Een twee vijf acht vleesbolsters met ontbloot bovenlijf. Zie nu, je valt uit de boot. Dat is acht tegen een.
* Ja, maar ik ben sterker.
- ?
* ?
- ...
Ontbloot uw bovenlijf nu gewoon.
* Laat mij gewoon gerust.
- Maar gebruind bovenlijf, warmtestralen op uw bovenlijf?!
* Neen. Niet gezond. Warm genoeg.
- Neen.
Maak dan je bed op. Ververs je lakens.
* Maar de oude liggen er net op.
- Ververs!
* Verviers?
- Fuck you.
Merk je niets op?
* Kapper?
- ....
* Kapper?
Kapper?
- Neen.
* Uw Torso is gegroeid hè?


STOPSTOPSTOP.
Pas dat nu nog eens, ik ben er zeker van dat ge daar in kunt.
Heej hop heej hop ja TREKKEN.
Zo.
Ge lijkt nog altijd op ne fricandon maar dan toch ne schoon ingepakte.

- Melancholie is de bitch onder de gevoelens.
* Alle gevoelens zijn bitches.
**********NUCLEAIRE WINTERRRRRRRRRRRRRRRRRRRR.

Noemt ge dat een eenduidig systeem van Tweede Persoon?

vrijdag 10 juli 2009

1. Hechten is ten onder gaan

Mijn moeder ligt op straat.
Ze hebben haar opengesneden.
Ze ligt dus open. - hé seg naai mij is dicht jong!
Haar bloed stroomt weg.
Over het tarmark. Hop, de riool in jij, Bloed. - ik probeer het te vangen met mijn handen en opnieuw in haar te stoppen en opnieuw en opnieuw
Haar jurk is gescheurd en haar hakken gebroken. Oorbellen liggen even verder - ja daarzo, en haar halsketting breekt. Nu.
Het hoofd van mijn moeder hangt wat te bengelen en raakt soms het wegdek. - zegt als het zeer doet hé madammeke
Vroeger zaaide ik krokussen en als ze dan groot waren en ik per ongeluk een stengel brak, kleefde ik die er opnieuw aan.
Kan u mijn moeder lijmen?
Sorry knul.
Ach ja, zit er niet mee in hoor.

Ze ligt in het midden van drie rijvakken, mijn moeder. Mi-jn moeder! Ze blokkeert een hele rijrichting van een internationale weg. - segsegseg, mijn moeder zie. ziet da aan
Aan de andere kant van de middenberm stoppen mensen om te kijken. - jaja, kijk is moeder. ze komen voor u. kijk moeder! kijk kijk kijk. kijk dan toch.
GA IS UIT DE WEG!! Ik moet naar de ZEE.
Kan u haar niet wat zachtaardiger beh..
VOORTMAKEN jongens, al tien km file. V O O R T maken. - Aiaiai, zie diene middenberm is, daar zijn kosten aan.
Ah, ze leeft nu als een plant.
Ah, en nu niet meer.
Ja, dag dan maar hé mama.

OPRUIMEN mannekes!

donderdag 11 juni 2009

"U woont misschien ergens op de buiten."

Ook al had Anne De Baetzelier zich vooraf ettelijke tinten bruiner gemaakt, haalde ze haar blinkfactor omhoog met drie, beheerste ze een haast foutloos Vtms en had ze de haren in een toren geplaatst, werd ze tijdens onderstaand debat gecontroleerd en op allerlei wijzen onteerd door Freya Van den Bossche. Verder is ze trouwens bijzonder slecht geïnformeerd maar dat sluit uiteraard aan bij het totaalconcept Anne en ook wel een beetje bij dat van haar partij en eigenlijk ook bij heel politiek rechts. Eigenlijk raaskalt ze gewoon een beetje en tracht ze zich in te dekken met wat gedateerd cijfermateriaal van Wikipedia.
Anne woont aldus op het pelatteland. Bij seconden vier tot acht doet ze u vast en zeker denken aan een koter die van de trap valt en weglachend kenbaar maakt dat hij geen PIJN heeft, maar dan op de Annewijze - ik tracht enkel te zeggen dat ze er zo sjofel en geesteloos uitziet. Ik hoop dat Anne binnenkort uit elkaar valt. Sorry Anne, ge wordt het land uitgezet omdat ge te clichébevestigend zijt. Ge weet wel, 'bv in de politiek' enal.
Ik vind het niet acceptabel dat Anne De Baetzelier een mening heeft. Foei Anne. Billenkoek. Rode maaimieren!

Het meest vermakelijke fragment zie je hier:


En hier vind je het hele debat (deel drie is het meest charmante Annedeel - vanaf minuut twee, bij minuut drie zegt Anne dat ze in Kampenhout woont):
Terzake ‘09: herbekijk 03/06/09

zondag 10 mei 2009

Gene

Ten einde de ergonomische crisis bij de openbare omroep tegen te gaan, besloot de ondernemersraad met ingang van vandaag een maximum kijkcijferaantal in te stellen voor alle programma's en films met Gene Bervoets.
Indien tijdens de eerstvolgende aflevering van Gentse Waterzooi het aantal van drie kijkers wordt overschreden, wordt Gene een exclusiviteitscontract met ZDF opgedrongen. Mogelijk publiek krijgt een milde straf zijnde een verbanning naar Gene.

donderdag 7 mei 2009

Hotline Helena

Hallo.
Ik ben Alleen. Vandaag ben ik zo dik geworden dat geen enkel kledingstuk mijn vormen nog kan verhullen.

“GODVERDOMME.”

Waarom zegt ge GODVERDOMME Alleen?

“AL MIJN KINDEREN ZIJN OOK DIK GEWORDEN. Van de een op de andere dag.”

Daar wij in de woestijn leven, ontbreekt ons nu de mogelijkheid naar de winkels te kunnen. We liepen steeds. Nu we dik zijn, kleven we aan de grond. We zullen doodvallen in het zand en dan zullen de gieren een heerlijk maal aan ons hebben.



Ik weet nog goed. Na het rapen van tien boleten hadden we onze schoenen uitgetrokken en SEKS GEHAD.

“ER ZIJN HIER GEEN BOLETEN!!”


Grootva. Grootva. GROOTVA.
Hij is wakker. Als we hem langer dan drie uur laten slapen gaat ie dood. We hebben dat eens gehad. Ik zeg je, nooit meer.



Colette was steeds thuis. Dat dacht ik alleszins. Telkens ik het huis inging draaide alles rond Colette, zoals alles ook rond de zon draait, of bijna alles voor zover we veronderstellen of toch ook wel weten. Ze was de enige die in de kamers rondcirkelde, terwijl de rest de krant las of televisie keek. Meer was er niet nodig, wat rondcirkelen, zonder haar geen huis, geen mensen erin. Zo leek het. In werkelijkheid was Colette enkel thuis als ik langskwam.
Een keer was ze niet thuis, toen ik langskwam. Het jongste kind had vijf magneten gegeten en zo waren de darmen gaan samenkleven. Maar voor de rest, proficiat Colette voor het in stand houden van een schone illusie. En merci.



Hotline Helena

Helena is goodlooking, zeer fijn gebouwd, spiritueel, gastro., tweetalig met kennis van andere talen, jongogend, villa, spontaan, met niveau, vriendin nt. lesbo, sport, natuur, uit welstellend midden, stijlv. uitstraling, ondernemend, gepensioneerd, huiselijk.

“Helena is werkelijk alles wat ik wil.”
“Joren, Helena is een VLIEG.”
“En dan. Liefde gaat toch door merg en been en alles toch?”
“Och jong.”
“Die vlieg is mijn levensredder, ik voel het.”



Hallo. Ik rij met een vierwieler.

“WINKELKAR?”

Neen, geen winkelkar.

“WINKELKAR?”

Hallo. Ik heb maar vijf tanden.

Hallo. Ik heb er vijftien. Waarvan nul in mijn mond.



GEZOCHT. Tijdloze mensen.

GEZOCHT. Jij.

GEVONDEN. Niemand.



SPOORLOOS. Iedereen.



“Liefde, dat is als de stekker van een stofzuiger, of hoe iets met één knop zo snel weg kan zijn.”
“Ouwe zot, wat weet jij nou over liefde. Neen, liefde, dat is alles vanzelf of helemaal niet. En graag, of eveneens niet. En zich mooi maken.”
“Net omdat ik een ouwe zot ben, ken ik liefde.”
“Waarom maken mensen zich in hemelsnaam mooi? Ze gaan er enkel beroerder uitzien. Elk kledingstuk heeft wel iets carnavalesk. Het enige dat die broek van je poneert is dat je er in past, verder zie je er erg kolderiek uit.”
“Wat is liefde überhaupt waard? Er kan onmogelijk iemand altijd zijn. Onze ouders, zij zijn er van bij het begin. Zij gaan dan dood. Vrienden en lieven, zij komen er achteraf bij, kunnen er aldus onmogelijk altijd geweest zijn, en dan verdwijnen ze. Ja. De meeste van je vrienden en lieven zullen verdwijnen voor ze sterven. We kunnen slechts hopen dat als het onderweg ergens misloopt, jij steeds diegene bent die het het makkelijkst heeft bij het verdwijnen van de ander. Zoniet, ga JIJ dood. Dat steeds opnieuw moeten beginnen, het komt me de strot uit.”
“Een mens is te ambitieus, te narcistisch. Te egoïstisch om echte liefde te kunnen hebben. Of om zelfs maar iets van betekenis aan zijn leven te kunnen geven. Alles is rot en nutteloos en enkel als men er zelf baat bij heeft - men zou ook gek zijn, dat is de basis, maar met dat besef kan er wat moois komen.
En nog zoiets. Heeft onze onuitputtelijk zuigende transpirerende nood aan vriendschap en liefde niet tot gevolg dat het niet uitmaakt door wie zij worden ingevuld, zolang het maar niet al te grote kuikens zijn? Louter toeval toeval toeval en opvoeding en woonplaats.”
“Och ploert, zwijg toch. Wie zegt hier eigenlijk wat en noem je dit een dialoog? Flutmens.”
“Hé, niets gaat blijvend verloren.”
“Hé, huichelaar, ik dacht net een oud wijf te zien vallen, maar het was een kind. Zie je niet dat ik van dit onderwerp wil afdrijven?”
“Hé, sommige mensen zien er zo dom uit dat men zich zou afvragen of ze wel de mogelijkheid bezitten te kunnen zien en ruiken.”
“Sommige mensen zien er zo dom uit dat ze van mijn part gerust beroofd mogen worden van al hun organen. En van seks. JA, ontneem hen de seks. JAHAHAH.”
“Ontneem alle mensen seks. Ze verdienen het.”
“Sorry, maar je vertoont nu echt wel alcoholisch gedrag.”
"Fenomeen in de holebiwereld. De homokop. De kop op iemands lijf die zegt 'Ik kan onmogelijk hetero zijn'. Het hoofd en alleen het hoofd."

Als ik ooit tachtig word, dat is viermaal zoveel als wat ik nu heb, als ik echt nog zo’n vier twintig jaren mag beleven, dood me dan alsjeblieft. Pijnlijk of zacht of snel of traag, maakt mij niet uit. Ik heb geleerd. Alles wat ik heb is het vooruitzicht dat het in de toekomst enkel beter kan worden. Als het in de toekomst slechter zou worden, zou ik weldra opnieuw het vuur moeten ontdekken. We hebben eruit geleerd. Niets erger dan ongemeendheid. Eigenlijk zijn we allemaal een Kaap de Overdreven Goede Hoop. Ja, we hebben er dan toch uit geleerd. Ik zou van leven kunnen houden. Ik zou aan de goede momenten kunnen denken, maar dan zou ik een belangrijk deel van mijn leven verloochenen. Een deel dat mij ook - en mogelijk zelfs in grotere mate - heeft gevormd, en bewust gemaakt van vanalles, en zo zou ik wederom helemaal niet van leven houden.
Ik ga een land bouwen met Ervaring. Ik ga ermee op de markt staan en word rijk als nijlpaarden dik zijn. Ik kan enkel meedelen dat het elke dag slechter wordt. Het is niet omdat mijn kathedraal nog een schijnbaar degelijke gevel heeft dat daarachter nog ook maar iets overeind blijft. Doch, we hebben geleerd. Het kan enkel ongemeend, dat merk ik wel, dat is ook niet wat ik wil. En toch, ik weet dat ik al over mijn hoogtepunt heen ben. We hebben geleerd.

Wens me afscheid.

Maar kom, terug over mensen. Als ze lachen, is het alsof ze huilen. Ze houden van sacrale pollepels.
Miss Piggy is wel knap, sneu voor haar dat ze het juiste figuur niet heeft.
Ooit was ik lid van het Ming-hof. Ik was het die onze naam ontleende aan die lelijke vazen.
Nu ik u ken, kan ik echt wel zeggen IK HEB HET MET U GEHAD.
Over houten snijplankjes. Dat droogt niet op, dat stoot niet af, het water trekt er gewoon in. Mijn plank zwelt.
Ik neem de oesters. Twee graag.

Ge hebt mijn gezicht stuk gescheurd.
Je hebt tot gevolg dat ik al mijn eer kwijt ben.

Je bent ook al over je hoogtepunt heen.
Ik heb een kater. Hij heet fantasie. Anders dan andere katten borduurt hij, liever dan stomweg met wol te spelen.
Hij heeft nooit losgelaten.
Hij zei te zullen terugkeren.
Wij zijn een koppel enkel en alleen om een briefwisseling te kunnen onderhouden met andere koppels.
Als er iemand ziek wordt, ik weet van niets.

Alles komt inorde, met PENTOBARBITAL.
PENTOBARBITAL, en al uw problemen van de baan.
Een goede nachtrust met PENTOBARBITAL.

Aan deze woorden denk ik, vanaf nu:
Idylle.
Portiekje.
Vitalistisch.
Spankracht.
Expatriates.
Mataglap.
Cadans.
Fiducie.
Zalm.
Brandnetelzalf.
Chris Offili.
Hitserij.
Soft-pornoversie.
Hoereren.
Badinerend.
Valsspelen.

Wens me afscheid. Met een echte lach.

woensdag 18 februari 2009

Over vriendschap

Zestig procent van het menselijk lichaam bestaat uit kaas
een krop watersla bestaat helemaal uit kaas

Je bent moe aan het praten
en buiten schuifelen mensen in een hoek van 45 graden over het tarmak
ik stamel wat woorden maar ze blijven hangen in de plooien van een broodzak
en we donsen onder de dansdekens.

Er ligt een lichaam op straat
er zitten kogelgaten in
de wind schuurt door de wonden.

Er is ook een kind.
Het warmt de handen bij een brandende ton. Vlees.
Doch twee mannen komen aangelopen, nemen het kind bij de benen,
en werpen het in de ton. Vers vlees.

Mijn winterwalvis honoreert jouw eeuwig stukke stofzuiger
onder de eettafel in mijn kleine kies
ik ga jou een servies bakken van 's mens warsigheid
dra dra zullen we plebejisch geeuwen
Snut eens, beestje dat alle geluiden op aarde herhaalt.
Het loopt achter. Wees eens lief.
Huil maar vriendschap. Zet u neer.

Oh vriendschap, oh vriendschap
vuilnisbelten vol.

Over liefde

Zij gaat in veel dingen getooid,
en op de foto trekt ze net als jullie
haar buik in.

6u39, dit ga ik voor het nageslacht bewaren.
6u40, ik plant een linde bij uw aankomst.
6u50, ik lijm uw brokken.
6u51, we roken de zee.
6u54, wij dansen tot bloedens toe.
6u56, we rollen de zee tussen onze vingers.
7u, ik ga vermomd als een vogel die 'tsr' doet
op uw schouder zitten.
7u01, het licht komt de kamer binnen maar als
het halverwege is, stoppen we de tijd en nu
mag slechts een van ons nog in het licht staan.

Gooi mij in het vuur.
Komaan. Komaan.
Ik blijt u kapot.

Over jaloezie en privaat eigendom

Wederom staat aan de deur
een vogel klein en groot als geur
en sleur van sloffen en scatologische kwinkslagen
van eigengereide keuzes en volle dagen.

In de kast rust de mast, van Freddy
zijn spaak heeft last want de kast zit vol,
hij vliegt nu naar vrouwen en hun hol.

"Dit wijf kan mij doen komen,
ik neuk haar graag en veel langs bomen.
Ik sper haar lippen open met een tang,
kom hier lief beestje da'k u vang,
en in dit gat stop rijk en warm,
en stinkend aan de dikke darm.
Leef maar in dit mens zolang ik leef,
zo weet ik dat zij nooit rijdt een schaats scheef.
Wijf, gij moogt geen ander poepen,
of dat beestje zal mij roepen."

"Dat beestje krabbelt aan mijn longen,
waar is de tijd dat wij nog zongen?
Nu vreet het mij aan van binnenuit,
maar gij zult afzien met uw fluit.
Wie mij nog neukt zal zich beklagen,
nu ben ik een wijf dat tijdens het poepen,
zit te zagen."

Imelda

Hallo mensen

Praat allemaal maar met mij
daar ben ik er voor
u kan mij inpakken, verhuren, of invoeren
ik zal met uw moppen lachen
ik voorzie u intussen van bier,
koffie, en stoverij.
Voor een extra stuiver bespeel ik zelfs uw.

Mijn naam is Imelda, en zelfs die is te koop.

De groei van een eiland

De bergflanken duwen het ijs in zee
en alle dieren die op het ijs leefden,
worden nu zeedieren.
Maar ze willen niet.
Ze klampen zich met hun giraflange
poten vast aan de bergflanken en
stoppen zo ook de schuivende ijsmassa.
Svalbard wordt hoger en de inwoners
zijn in de wolken.