Het sneeuwt.
Je gaat waar je voeten
je heen brengen doch
de sneeuw leidt je voeten.
Je gaat waar de sneeuw
je heen brengt.
Wij zijn stuifmeel.
We hangen vast.
We hangen niet meer vast.
We moeten geleid worden.
We gaan waar de wind ons brengt.
Samen met de wind vallen we.
De wind verandert zijn richting.
Wij veranderen.
Imagineer.
Een lichaam dat in sneeuw niet
langer het evenwicht kan bewaren,
is een lichaam dat verdwijnt
als het de grond raakt.
GAME OVER.
Je gaat waar de sneeuw
je heen brengt.
Imagineer.
Een lichaam gaat tegen de wind hangen.
De wind valt.
Het lichaam valt.
De wind raapt het lichaam op
en blaast het rond de aarde.
De wind blijft een lichaam
rond de aarde blazen.
Dat is een lichaam dat
nooit nog zal thuiskomen.
Volgend jaar zal het
stukjes mens sneeuwen.
vrijdag 12 maart 2010
donderdag 25 februari 2010
Voor Amorica de Kleine
Aan mijn beste vriendin Amorica de Kleine
Hoe zich te gedragen in aanwezigheid van een mens.
Hoe zich in diezelfde omgeving te gedragen zonder een mens.
Hoe zich steeds trachten te gedragen
alsof in de aanwezigheid van een mens.
Hoe op de klok te kijken wachtend op de aankomst van een mens.
Hoe reeds vriendelijk te lachen om ongezegde zaken.
Zittend op een stoel aan een tafel.
En die mens die op zich laat wachten.
Hoe zich te gedragen in aanwezigheid van een mens.
Hoe zich in diezelfde omgeving te gedragen zonder een mens.
Hoe zich steeds trachten te gedragen
alsof in de aanwezigheid van een mens.
Hoe op de klok te kijken wachtend op de aankomst van een mens.
Hoe reeds vriendelijk te lachen om ongezegde zaken.
Zittend op een stoel aan een tafel.
En die mens die op zich laat wachten.
dinsdag 29 december 2009
Voor Armando de Grote
Aan mijn beste vriend Armando de Grote.
Elke wederkerigheid is een beperking.
Een mens is als een huis.
Als dat onbewoond is,
wordt alles sneller rot.
Wij zijn mensen die als
onbewoonde huizen staan.
Tot de tijd komt.
En wanneer eeuwigheid
zich in de tijd mengt,
komt de tijd tot stilstand.
Bijna elke wederkerigheid is een beperking.
Elke wederkerigheid is een beperking.
Een mens is als een huis.
Als dat onbewoond is,
wordt alles sneller rot.
Wij zijn mensen die als
onbewoonde huizen staan.
Tot de tijd komt.
En wanneer eeuwigheid
zich in de tijd mengt,
komt de tijd tot stilstand.
Bijna elke wederkerigheid is een beperking.
zondag 20 december 2009
Gapend als een muil
"Wij zijn een stort!", schreeuwt tante Gusta met haar nasale en astmatische stem naar nonkel Destiny. Hij heeft maîtresses.
Nonkel Destiny zegt: "Allez zoeteke."
En vervolgt.
Wij zijn toch geen stort.
Wij zijn toch geen plek van
koffiesediment en containers.
Relaties zijn altijd ambigu.
Relaties zijn zo ongewenst
als een gênante situatie
met ontblote mensen.
Het is met liefde
als met enthousiasme.
Beide zijn grillig
en tijdelijk.
Maar dan zeg ik u.
Ja, liefde en seks zijn
twee dingen
waar mensen op vastlopen.
Maar zelfs op storten
bouwt men steden.
Ik ben een rivier met
lage waterstand
en de bron is bevroren.
U moet ge kietelen opdat ge zou lachen.
Gusta, als ge dan toch zo gekwetst zijt, toon dat dan!
Ik hoop dat we elkaar in de toekomst nog eens zullen ontmoeten.
"We hebben elkaar toch al eens ontmoet.",
zegt Tante Gusta.
Nonkel Destiny zegt: "Allez zoeteke."
En vervolgt.
Wij zijn toch geen stort.
Wij zijn toch geen plek van
koffiesediment en containers.
Relaties zijn altijd ambigu.
Relaties zijn zo ongewenst
als een gênante situatie
met ontblote mensen.
Het is met liefde
als met enthousiasme.
Beide zijn grillig
en tijdelijk.
Maar dan zeg ik u.
Ja, liefde en seks zijn
twee dingen
waar mensen op vastlopen.
Maar zelfs op storten
bouwt men steden.
Ik ben een rivier met
lage waterstand
en de bron is bevroren.
U moet ge kietelen opdat ge zou lachen.
Gusta, als ge dan toch zo gekwetst zijt, toon dat dan!
Ik hoop dat we elkaar in de toekomst nog eens zullen ontmoeten.
"We hebben elkaar toch al eens ontmoet.",
zegt Tante Gusta.
zondag 15 november 2009
Een treurspel in zes bedrijven en vijf taferelen.
Als iemand zo oud zou worden als het aantal malen hij de badkamer schoonmaakt,
en hij zal dat 432 keer doen vooraleer te sterven,
dan zou hij kunnen zeggen gedaan ik maak die badkamer niet meer schoon.
Maar zo gaat dat niet.
Hij ziet de badkamer vuil worden en maakt ze schoon.
Vierhonderdeenendertig keer en ik zal sterven zegt hij.
Maar de dag waarop hij sterft, zal zijn badkamer schoon zijn.
En mensen zullen zeggen hij had dat maar niet zo vaak moeten doen,
het is zijn eigen schuld.
Maar hij was wel proper.
En zijn naam is Jan.
En op de dag waarop hij sterft,
verzamelen alle mensen die Jan ooit kenden voor de deur van zijn huis.
Ze roepen zijn naam.
"JAN, hé Jan!"
"Nooit zullen wij met stokken bij u weg te slaan zijn Jan."
Jan gaat niet op zijn balkon staan, hij kijkt niet door het raam,
want er is geen raam en ook geen balkon,
doch hij hoort hen wel.
Hij lacht en poetst zijn badkamer voor de laatste keer.
"Nooit zullen wij met stokken bij u weg te slaan zijn!"
Zijn eerste liefje roept: "Jan, in uw armen kon ik de zee horen!"
Zijn grootmoeder: "Jan, hoe hebt ge het in hemelsnaam allemaal zo ver laten komen?"
Zijn vader zegt: "Jan, sla vandaag een dag over. Ik ga vandaag ook een dag overslaan."
Maar wij allemaal: "Een dag overslaan? Niets zo onmogelijk als een dag overslaan!"
En Jan zei nog dat hij altijd bij ons zou zijn.
Doch we hebben hem sindsdien niet meer gezien.
en hij zal dat 432 keer doen vooraleer te sterven,
dan zou hij kunnen zeggen gedaan ik maak die badkamer niet meer schoon.
Maar zo gaat dat niet.
Hij ziet de badkamer vuil worden en maakt ze schoon.
Vierhonderdeenendertig keer en ik zal sterven zegt hij.
Maar de dag waarop hij sterft, zal zijn badkamer schoon zijn.
En mensen zullen zeggen hij had dat maar niet zo vaak moeten doen,
het is zijn eigen schuld.
Maar hij was wel proper.
En zijn naam is Jan.
En op de dag waarop hij sterft,
verzamelen alle mensen die Jan ooit kenden voor de deur van zijn huis.
Ze roepen zijn naam.
"JAN, hé Jan!"
"Nooit zullen wij met stokken bij u weg te slaan zijn Jan."
Jan gaat niet op zijn balkon staan, hij kijkt niet door het raam,
want er is geen raam en ook geen balkon,
doch hij hoort hen wel.
Hij lacht en poetst zijn badkamer voor de laatste keer.
"Nooit zullen wij met stokken bij u weg te slaan zijn!"
Zijn eerste liefje roept: "Jan, in uw armen kon ik de zee horen!"
Zijn grootmoeder: "Jan, hoe hebt ge het in hemelsnaam allemaal zo ver laten komen?"
Zijn vader zegt: "Jan, sla vandaag een dag over. Ik ga vandaag ook een dag overslaan."
Maar wij allemaal: "Een dag overslaan? Niets zo onmogelijk als een dag overslaan!"
En Jan zei nog dat hij altijd bij ons zou zijn.
Doch we hebben hem sindsdien niet meer gezien.
woensdag 11 november 2009
Voor de laatste keer.
Servaas vertrekt. Het is ochtend. Hij opent de deur. Hij heeft woonplaats en leeftijd.
Hij heeft een buurvrouw ze staat voor de deur die hij net opende daardoor kan hij niet naar buiten.
"SERVAAS HEEL DE WERELD GAAT U ZIEN STRALEN GE GAAT ER STAAN JONG.", schreeuwt ze.
Een trein rijdt voorbij. Servaas denkt zat ik maar op die trein had ik maar het gevoel ergens heen te gaan.
"WAT IS ER JONG KOP OP GE LIJKT ZO SIP?!", schreeuwt de buurvrouw want ze schreeuwt altijd ze is een van die mensen.
Servaas vergat zijn bril hij gaat terug naar binnen.
Leven is als een kind dat ge aan de telefoon krijgt ge weet niet wat ge daar mee moet.
Hij heeft een buurvrouw ze staat voor de deur die hij net opende daardoor kan hij niet naar buiten.
"SERVAAS HEEL DE WERELD GAAT U ZIEN STRALEN GE GAAT ER STAAN JONG.", schreeuwt ze.
Een trein rijdt voorbij. Servaas denkt zat ik maar op die trein had ik maar het gevoel ergens heen te gaan.
"WAT IS ER JONG KOP OP GE LIJKT ZO SIP?!", schreeuwt de buurvrouw want ze schreeuwt altijd ze is een van die mensen.
Servaas vergat zijn bril hij gaat terug naar binnen.
Leven is als een kind dat ge aan de telefoon krijgt ge weet niet wat ge daar mee moet.
zaterdag 7 november 2009
Truus en Iemand Anders
Niets gaat verloren zegt Truus.
Wanneer ze een lucifer ietwat te hevig tegen het luciferdoosje schurkt waardoor die een vonk vertoont doch onmiddelijk terug dooft, neemt ze een ander lucifer, doet die op een meer zorgvuldige manier branden, en houdt die tegen de gedoofde lucifer. Niets gaat verloren, zegt Truus dan. Beter twee brandende lucifer dan een gedoofde. Ze kijkt alsof ze dat in een camera zou zeggen als er een camera zou zijn, zo kijkt ze. Als in een kookprogramma. Ze staat daar dan.
Ze zal ons allemaal overleven, Truus. Ze luistert naar David Bowie.
Truus heeft het moeilijk met liefde. Tonen toch.
Ik zie u. Nog wel. Volgende week. Zegt Truus dan.
Truus tracht eigenlijk een feest te zijn voor iedereen.
Kom allemaal naar mij zegt ze dan.
't Begint om acht.
Truus zei steeds hihi. Toen ze nog jong was.
Nu zegt ze.
Niets gaat verloren.
Beter twee brandende lucifer dan een gedoofde, zegt Truus. Wat wilt dat nu zeggen zegt Iemand Anders niet Truus.
Als ik geld op mensenlevens zou moeten zetten, zou het elke dag solden zijn, zegt Truus. Maar dokters zet men niet te koop want zij moeten die mensenlevens redden. Verbetert Truus nog.
AI MADAM IK HEB UW KLEINEN INGESLIKT.
:(
Truus sterft maandag einde.
Begin 2
In het leven van Eerste en Tweede Persoon gaat ieder dood of weg. Maar dat heeft een reden.
Eerste Persoon: "Wij voelen elkaar nogal aan."
Tweede Persoon: "Ja."
Iemand Anders zal zich ontfermen over Eerste en Tweede Persoon. Maandag. In een mensenleven gebeuren alle belangrijke dingen op maandag. Dat is wetenschap.
Shht nu. De kleine slaapt.
Wie geloofde immers echt dat Truus ons allemaal zou overleven?
Hoe gaat het met u Truus?
"Ik moet zeggen ik heb nogal last aan mijn sonates voor klavecimbel."
Mensen die last hebben gaan laat op de avond dood.
Dat is wetenschap.
Einde
Wanneer ze een lucifer ietwat te hevig tegen het luciferdoosje schurkt waardoor die een vonk vertoont doch onmiddelijk terug dooft, neemt ze een ander lucifer, doet die op een meer zorgvuldige manier branden, en houdt die tegen de gedoofde lucifer. Niets gaat verloren, zegt Truus dan. Beter twee brandende lucifer dan een gedoofde. Ze kijkt alsof ze dat in een camera zou zeggen als er een camera zou zijn, zo kijkt ze. Als in een kookprogramma. Ze staat daar dan.
Ze zal ons allemaal overleven, Truus. Ze luistert naar David Bowie.
Truus heeft het moeilijk met liefde. Tonen toch.
Ik zie u. Nog wel. Volgende week. Zegt Truus dan.
Truus tracht eigenlijk een feest te zijn voor iedereen.
Kom allemaal naar mij zegt ze dan.
't Begint om acht.
Truus zei steeds hihi. Toen ze nog jong was.
Nu zegt ze.
Niets gaat verloren.
Beter twee brandende lucifer dan een gedoofde, zegt Truus. Wat wilt dat nu zeggen zegt Iemand Anders niet Truus.
Als ik geld op mensenlevens zou moeten zetten, zou het elke dag solden zijn, zegt Truus. Maar dokters zet men niet te koop want zij moeten die mensenlevens redden. Verbetert Truus nog.
AI MADAM IK HEB UW KLEINEN INGESLIKT.
:(
Truus sterft maandag einde.
Begin 2
In het leven van Eerste en Tweede Persoon gaat ieder dood of weg. Maar dat heeft een reden.
Eerste Persoon: "Wij voelen elkaar nogal aan."
Tweede Persoon: "Ja."
Iemand Anders zal zich ontfermen over Eerste en Tweede Persoon. Maandag. In een mensenleven gebeuren alle belangrijke dingen op maandag. Dat is wetenschap.
Shht nu. De kleine slaapt.
Wie geloofde immers echt dat Truus ons allemaal zou overleven?
Hoe gaat het met u Truus?
"Ik moet zeggen ik heb nogal last aan mijn sonates voor klavecimbel."
Mensen die last hebben gaan laat op de avond dood.
Dat is wetenschap.
Einde
zaterdag 24 oktober 2009
Liefde voor het kind.
Veronica zei nog: "Lapdance, gij hebt dat niet in u?"
En neen, gelijk had ze, ik had dat niet in mij.
Veronica klapte de kinderwagen dicht maar het kind zat er nog in.
We zijn nog met het kind naar de dokter gereden maar alle hulp kwam te laat. Het kind was dood.
We zijn er dan nog voor een laatste keer mee gaan wandelen en hebben het toen in het park begraven - we hebben het daar eigenlijk gewoon gelegd want we hadden geen schopje.
De ganzen zijn dan met het kind beginnen spelen en dat maakte dat we het park met een goed gevoel konden verlaten want eenzaam zou het kind toch niet zijn en spelen deed het graag.
Veronica heeft dan een hondje onder de arm genomen omdat ze niet langer iets had om mee te wandelen.
Het kind was steeds goed geweest voor onze lijnen.
En neen, gelijk had ze, ik had dat niet in mij.
Veronica klapte de kinderwagen dicht maar het kind zat er nog in.
We zijn nog met het kind naar de dokter gereden maar alle hulp kwam te laat. Het kind was dood.
We zijn er dan nog voor een laatste keer mee gaan wandelen en hebben het toen in het park begraven - we hebben het daar eigenlijk gewoon gelegd want we hadden geen schopje.
De ganzen zijn dan met het kind beginnen spelen en dat maakte dat we het park met een goed gevoel konden verlaten want eenzaam zou het kind toch niet zijn en spelen deed het graag.
Veronica heeft dan een hondje onder de arm genomen omdat ze niet langer iets had om mee te wandelen.
Het kind was steeds goed geweest voor onze lijnen.
woensdag 21 oktober 2009
Het is tijd - deel vier: Eerste Persoon (solo)
Op een dag - ik had een afspraak,
maar die afspraak was snel voorbij,
en ik begon te stappen.
De afspraak had me ver gebracht -
ik poogde minder ver te raken.
Ik dwaalde en vroeg de weg.
Een man zei sorry, maar u bent echt heel ver weg.
Vanaf die dag ben ik heel veel van wandelen gaan houden.
maar die afspraak was snel voorbij,
en ik begon te stappen.
De afspraak had me ver gebracht -
ik poogde minder ver te raken.
Ik dwaalde en vroeg de weg.
Een man zei sorry, maar u bent echt heel ver weg.
Vanaf die dag ben ik heel veel van wandelen gaan houden.
vrijdag 28 augustus 2009
Het is tijd - deel drie: Op een ochtend in het heelal.
De intrede van mevrouw Tafereel.
Mevrouw Tafereel zet alle dingen recht. Toen ze hier nog was, hadden wij - en wij dat zijn Tweede Persoon en ik - nooit wat te doen. Zij deed alles reeds voor ons. Een keer huilde ze dagenlang. Ons resterende gehuil heeft Mevrouw Tafereel reeds verteerd. Ons gelach ook. Ze bereidde alle taarten die we in ons leven zelf zouden bakken, richtte onze toekomstige woonsten alvast in, en bracht tijd door met de aanstaande kleinkinderen. Zij was het ook die ons door de perseïden had gezeuld.
Ja, toen zij hier was. We vierden hele dagen de nacht.
Mevrouw Tafereel had een motto. ALLES RECHT ZETTEN.
Mevrouw Tafereel was niet de personificatie van middelmaat.
ELKE SITUATIE TEN VOLLE BENUTTEN.
Mevrouw Tafereel was statig als een hoog paard.
Baby's dragen geen stiletto's! ! !
Er zijn duizend betere plekken dan deze.
En dat was de aanzet van alles; het vertrek van Mevrouw Tafereel.
Tweede Persoon en ik bleven alleen achter. En er was niets dat ons nog te doen stond.
Mevrouw Tafereel zet alle dingen recht. Toen ze hier nog was, hadden wij - en wij dat zijn Tweede Persoon en ik - nooit wat te doen. Zij deed alles reeds voor ons. Een keer huilde ze dagenlang. Ons resterende gehuil heeft Mevrouw Tafereel reeds verteerd. Ons gelach ook. Ze bereidde alle taarten die we in ons leven zelf zouden bakken, richtte onze toekomstige woonsten alvast in, en bracht tijd door met de aanstaande kleinkinderen. Zij was het ook die ons door de perseïden had gezeuld.
Ja, toen zij hier was. We vierden hele dagen de nacht.
Mevrouw Tafereel had een motto. ALLES RECHT ZETTEN.
Mevrouw Tafereel was niet de personificatie van middelmaat.
ELKE SITUATIE TEN VOLLE BENUTTEN.
Mevrouw Tafereel was statig als een hoog paard.
Baby's dragen geen stiletto's! ! !
Er zijn duizend betere plekken dan deze.
En dat was de aanzet van alles; het vertrek van Mevrouw Tafereel.
Tweede Persoon en ik bleven alleen achter. En er was niets dat ons nog te doen stond.
Abonneren op:
Posts (Atom)
