Veronica zei nog: "Lapdance, gij hebt dat niet in u?"
En neen, gelijk had ze, ik had dat niet in mij.
Veronica klapte de kinderwagen dicht maar het kind zat er nog in.
We zijn nog met het kind naar de dokter gereden maar alle hulp kwam te laat. Het kind was dood.
We zijn er dan nog voor een laatste keer mee gaan wandelen en hebben het toen in het park begraven - we hebben het daar eigenlijk gewoon gelegd want we hadden geen schopje.
De ganzen zijn dan met het kind beginnen spelen en dat maakte dat we het park met een goed gevoel konden verlaten want eenzaam zou het kind toch niet zijn en spelen deed het graag.
Veronica heeft dan een hondje onder de arm genomen omdat ze niet langer iets had om mee te wandelen.
Het kind was steeds goed geweest voor onze lijnen.
zaterdag 24 oktober 2009
woensdag 21 oktober 2009
Het is tijd - deel vier: Eerste Persoon (solo)
Op een dag - ik had een afspraak,
maar die afspraak was snel voorbij,
en ik begon te stappen.
De afspraak had me ver gebracht -
ik poogde minder ver te raken.
Ik dwaalde en vroeg de weg.
Een man zei sorry, maar u bent echt heel ver weg.
Vanaf die dag ben ik heel veel van wandelen gaan houden.
maar die afspraak was snel voorbij,
en ik begon te stappen.
De afspraak had me ver gebracht -
ik poogde minder ver te raken.
Ik dwaalde en vroeg de weg.
Een man zei sorry, maar u bent echt heel ver weg.
Vanaf die dag ben ik heel veel van wandelen gaan houden.
vrijdag 28 augustus 2009
Het is tijd - deel drie: Op een ochtend in het heelal.
De intrede van mevrouw Tafereel.
Mevrouw Tafereel zet alle dingen recht. Toen ze hier nog was, hadden wij - en wij dat zijn Tweede Persoon en ik - nooit wat te doen. Zij deed alles reeds voor ons. Een keer huilde ze dagenlang. Ons resterende gehuil heeft Mevrouw Tafereel reeds verteerd. Ons gelach ook. Ze bereidde alle taarten die we in ons leven zelf zouden bakken, richtte onze toekomstige woonsten alvast in, en bracht tijd door met de aanstaande kleinkinderen. Zij was het ook die ons door de perseïden had gezeuld.
Ja, toen zij hier was. We vierden hele dagen de nacht.
Mevrouw Tafereel had een motto. ALLES RECHT ZETTEN.
Mevrouw Tafereel was niet de personificatie van middelmaat.
ELKE SITUATIE TEN VOLLE BENUTTEN.
Mevrouw Tafereel was statig als een hoog paard.
Baby's dragen geen stiletto's! ! !
Er zijn duizend betere plekken dan deze.
En dat was de aanzet van alles; het vertrek van Mevrouw Tafereel.
Tweede Persoon en ik bleven alleen achter. En er was niets dat ons nog te doen stond.
Mevrouw Tafereel zet alle dingen recht. Toen ze hier nog was, hadden wij - en wij dat zijn Tweede Persoon en ik - nooit wat te doen. Zij deed alles reeds voor ons. Een keer huilde ze dagenlang. Ons resterende gehuil heeft Mevrouw Tafereel reeds verteerd. Ons gelach ook. Ze bereidde alle taarten die we in ons leven zelf zouden bakken, richtte onze toekomstige woonsten alvast in, en bracht tijd door met de aanstaande kleinkinderen. Zij was het ook die ons door de perseïden had gezeuld.
Ja, toen zij hier was. We vierden hele dagen de nacht.
Mevrouw Tafereel had een motto. ALLES RECHT ZETTEN.
Mevrouw Tafereel was niet de personificatie van middelmaat.
ELKE SITUATIE TEN VOLLE BENUTTEN.
Mevrouw Tafereel was statig als een hoog paard.
Baby's dragen geen stiletto's! ! !
Er zijn duizend betere plekken dan deze.
En dat was de aanzet van alles; het vertrek van Mevrouw Tafereel.
Tweede Persoon en ik bleven alleen achter. En er was niets dat ons nog te doen stond.
dinsdag 11 augustus 2009
Het is tijd - deel twee: Bruggen naar ver weg.
Mijn grootvader is van het allooi mens dat steeds roerloos en schijnbaar nors overal rondhangt, en dingen repareert. En waarvan je maar moet weten dat het geen vlieg kwaad doet en je graag ziet. Dat hij je graag ziet, merk je soms. Aan zijn kleine mopjes die niet gericht zijn aan een hele groep, maar aan jou. En aan de lach en knipoog die daarbij horen. Hij kijkt je niet vaak aan, grootva, maar als hij het doet, zou men met hem naar Mars willen. Grootmoe is lief en bitterzoet. Die woorden lijken voor haar uitgevonden.
Grootmoe en grootva zijn louter fictief.
We nemen plaats aan een tafel in een wegrestaurant. Ik, Eerste Persoon, ga in het midden van een zetelrij zitten. Grootmoe schuift aan langs de ene zijde, grootva langs de andere. Onze handen laten we op de verweerde kussens rusten. Ik voel me vijf. Zij twee zullen me elk om beurt voeden, zodat ze soms zelf een hap kunnen nemen.
“Wat zal het worden?” Een zwangere brunette stapt langszij en kijkt sip. Ik staar naar haar buik. Daarna naar haar borsten. Ik word niet opgewonden. Ik denk aan haar kind. Uit het assortiment hamburgers poog ik de meest betrouwbare hap te kiezen. Geen vis, kip, zeker geen sla. Ik zeg:
“Broodje mayonaise?”
“OK. En voor meneer en mevrouw?”
“Drie broodjes mayonaise graag.”
Mijn bord lijkt het prematuur kind van mevrouw Brunette. De mayonaise loopt als kaarsvet van het bord. Een prematuur kind lijkt op kaarsvet dat van een bord loopt.
Die dag gebeurde er verder niets.
Drie weken later had ik een afspraak met Tweede Persoon, en mijn gedachten gingen geheel naar hem toe.
We zouden samen moe worden. Eerst liepen we gearmd langs waterlopen en verstopten we ons voor elkaar achter gordijnen. Daarna hadden we een gesprek. Het gesprek ging als volgt:
“Aan sommige mensjes kan je reeds vroeg zien hoe ze er als veertigjarige huisvrouw of verlepte werkman zullen uitzien. De eerste trekken van een beneveld gezicht, maar dan zonder de rimpels en nog geen voorgetekende mascara. Het zijn zij die van die clichékoppels maken. Daar heb ik een hekel aan.”
“Ja, en het worden er elke seconde meer.”
“Zijn er eigenlijk andere dan clichékoppels?”
“Jij en ik?”
“Vast wel. Wat is een clichékoppel?”
“Als ik later een vette bonus krijg op het werk, ga ik daar geen zwembad mee plaatsen.”
“Wees zoet.”
Daarna besloten Eerste Persoon en Tweede Persoon samen moe te worden.
.....................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................
Grootmoe en grootva zijn louter fictief.
We nemen plaats aan een tafel in een wegrestaurant. Ik, Eerste Persoon, ga in het midden van een zetelrij zitten. Grootmoe schuift aan langs de ene zijde, grootva langs de andere. Onze handen laten we op de verweerde kussens rusten. Ik voel me vijf. Zij twee zullen me elk om beurt voeden, zodat ze soms zelf een hap kunnen nemen.
“Wat zal het worden?” Een zwangere brunette stapt langszij en kijkt sip. Ik staar naar haar buik. Daarna naar haar borsten. Ik word niet opgewonden. Ik denk aan haar kind. Uit het assortiment hamburgers poog ik de meest betrouwbare hap te kiezen. Geen vis, kip, zeker geen sla. Ik zeg:
“Broodje mayonaise?”
“OK. En voor meneer en mevrouw?”
“Drie broodjes mayonaise graag.”
Mijn bord lijkt het prematuur kind van mevrouw Brunette. De mayonaise loopt als kaarsvet van het bord. Een prematuur kind lijkt op kaarsvet dat van een bord loopt.
Die dag gebeurde er verder niets.
Drie weken later had ik een afspraak met Tweede Persoon, en mijn gedachten gingen geheel naar hem toe.
We zouden samen moe worden. Eerst liepen we gearmd langs waterlopen en verstopten we ons voor elkaar achter gordijnen. Daarna hadden we een gesprek. Het gesprek ging als volgt:
“Aan sommige mensjes kan je reeds vroeg zien hoe ze er als veertigjarige huisvrouw of verlepte werkman zullen uitzien. De eerste trekken van een beneveld gezicht, maar dan zonder de rimpels en nog geen voorgetekende mascara. Het zijn zij die van die clichékoppels maken. Daar heb ik een hekel aan.”
“Ja, en het worden er elke seconde meer.”
“Zijn er eigenlijk andere dan clichékoppels?”
“Jij en ik?”
“Vast wel. Wat is een clichékoppel?”
“Als ik later een vette bonus krijg op het werk, ga ik daar geen zwembad mee plaatsen.”
“Wees zoet.”
Daarna besloten Eerste Persoon en Tweede Persoon samen moe te worden.
.....................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................
maandag 10 augustus 2009
Het is tijd.
Toen Eerste Persoon, Tweede Persoon die ochtend vroeg wat ie over het leven kon zeggen, klopte iemand aan de deur.
Maar, ze deden niet open.
Nogmaals geklop.
Ze deden niet open.
Leven is als zeulen met patatten. De oogst is reeds voorbij en alles wat men nog kan doen is zeulen met wat reeds is geweest.
Nooit zal er nog zo'n goeie oogst zijn.
Dat is leven.
Jij bent mijn knetter. Zo wat je hoort, als je plast in een vuurtje. Zei Eerste Persoon nog.
Maar, ze deden niet open.
Nogmaals geklop.
Ze deden niet open.
Leven is als zeulen met patatten. De oogst is reeds voorbij en alles wat men nog kan doen is zeulen met wat reeds is geweest.
Nooit zal er nog zo'n goeie oogst zijn.
Dat is leven.
Jij bent mijn knetter. Zo wat je hoort, als je plast in een vuurtje. Zei Eerste Persoon nog.
zondag 12 juli 2009
Pomperdepom in Avignon.
Bomen vertonen de intentie te groeien naar de zon doch niet helemaal náár de zon. Dat heb je dan met Bomen. Intenties.
- Eerste Persoon, ontbloot uw bovenlijf eens.
* Neen, waarom moet ik mijn bovenlijf ontbloten?
- De zon schijnt, dan ontbloot men het bovenlijf. En ik durf wedden dat ge er het bovenlijf voor hebt.
* Ik ontbloot mijn bovenlijf niet. Laat mij gerust.
- Een twee vijf acht vleesbolsters met ontbloot bovenlijf. Zie nu, je valt uit de boot. Dat is acht tegen een.
* Ja, maar ik ben sterker.
- ?
* ?
- ...
Ontbloot uw bovenlijf nu gewoon.
* Laat mij gewoon gerust.
- Maar gebruind bovenlijf, warmtestralen op uw bovenlijf?!
* Neen. Niet gezond. Warm genoeg.
- Neen.
Maak dan je bed op. Ververs je lakens.
* Maar de oude liggen er net op.
- Ververs!
* Verviers?
- Fuck you.
Merk je niets op?
* Kapper?
- ....
* Kapper?
Kapper?
- Neen.
* Uw Torso is gegroeid hè?
STOPSTOPSTOP.
Pas dat nu nog eens, ik ben er zeker van dat ge daar in kunt.
Heej hop heej hop ja TREKKEN.
Zo.
Ge lijkt nog altijd op ne fricandon maar dan toch ne schoon ingepakte.
- Melancholie is de bitch onder de gevoelens.
* Alle gevoelens zijn bitches.
**********NUCLEAIRE WINTERRRRRRRRRRRRRRRRRRRR.
Noemt ge dat een eenduidig systeem van Tweede Persoon?
- Eerste Persoon, ontbloot uw bovenlijf eens.
* Neen, waarom moet ik mijn bovenlijf ontbloten?
- De zon schijnt, dan ontbloot men het bovenlijf. En ik durf wedden dat ge er het bovenlijf voor hebt.
* Ik ontbloot mijn bovenlijf niet. Laat mij gerust.
- Een twee vijf acht vleesbolsters met ontbloot bovenlijf. Zie nu, je valt uit de boot. Dat is acht tegen een.
* Ja, maar ik ben sterker.
- ?
* ?
- ...
Ontbloot uw bovenlijf nu gewoon.
* Laat mij gewoon gerust.
- Maar gebruind bovenlijf, warmtestralen op uw bovenlijf?!
* Neen. Niet gezond. Warm genoeg.
- Neen.
Maak dan je bed op. Ververs je lakens.
* Maar de oude liggen er net op.
- Ververs!
* Verviers?
- Fuck you.
Merk je niets op?
* Kapper?
- ....
* Kapper?
Kapper?
- Neen.
* Uw Torso is gegroeid hè?
STOPSTOPSTOP.
Pas dat nu nog eens, ik ben er zeker van dat ge daar in kunt.
Heej hop heej hop ja TREKKEN.
Zo.
Ge lijkt nog altijd op ne fricandon maar dan toch ne schoon ingepakte.
- Melancholie is de bitch onder de gevoelens.
* Alle gevoelens zijn bitches.
**********NUCLEAIRE WINTERRRRRRRRRRRRRRRRRRRR.
Noemt ge dat een eenduidig systeem van Tweede Persoon?
vrijdag 10 juli 2009
1. Hechten is ten onder gaan
Mijn moeder ligt op straat.
Ze hebben haar opengesneden.
Ze ligt dus open. - hé seg naai mij is dicht jong!
Haar bloed stroomt weg.
Over het tarmark. Hop, de riool in jij, Bloed. - ik probeer het te vangen met mijn handen en opnieuw in haar te stoppen en opnieuw en opnieuw
Haar jurk is gescheurd en haar hakken gebroken. Oorbellen liggen even verder - ja daarzo, en haar halsketting breekt. Nu.
Het hoofd van mijn moeder hangt wat te bengelen en raakt soms het wegdek. - zegt als het zeer doet hé madammeke
Vroeger zaaide ik krokussen en als ze dan groot waren en ik per ongeluk een stengel brak, kleefde ik die er opnieuw aan.
Kan u mijn moeder lijmen?
Sorry knul.
Ach ja, zit er niet mee in hoor.
Ze ligt in het midden van drie rijvakken, mijn moeder. Mi-jn moeder! Ze blokkeert een hele rijrichting van een internationale weg. - segsegseg, mijn moeder zie. ziet da aan
Aan de andere kant van de middenberm stoppen mensen om te kijken. - jaja, kijk is moeder. ze komen voor u. kijk moeder! kijk kijk kijk. kijk dan toch.
GA IS UIT DE WEG!! Ik moet naar de ZEE.
Kan u haar niet wat zachtaardiger beh..
VOORTMAKEN jongens, al tien km file. V O O R T maken. - Aiaiai, zie diene middenberm is, daar zijn kosten aan.
Ah, ze leeft nu als een plant.
Ah, en nu niet meer.
Ja, dag dan maar hé mama.
OPRUIMEN mannekes!
Ze hebben haar opengesneden.
Ze ligt dus open. - hé seg naai mij is dicht jong!
Haar bloed stroomt weg.
Over het tarmark. Hop, de riool in jij, Bloed. - ik probeer het te vangen met mijn handen en opnieuw in haar te stoppen en opnieuw en opnieuw
Haar jurk is gescheurd en haar hakken gebroken. Oorbellen liggen even verder - ja daarzo, en haar halsketting breekt. Nu.
Het hoofd van mijn moeder hangt wat te bengelen en raakt soms het wegdek. - zegt als het zeer doet hé madammeke
Vroeger zaaide ik krokussen en als ze dan groot waren en ik per ongeluk een stengel brak, kleefde ik die er opnieuw aan.
Kan u mijn moeder lijmen?
Sorry knul.
Ach ja, zit er niet mee in hoor.
Ze ligt in het midden van drie rijvakken, mijn moeder. Mi-jn moeder! Ze blokkeert een hele rijrichting van een internationale weg. - segsegseg, mijn moeder zie. ziet da aan
Aan de andere kant van de middenberm stoppen mensen om te kijken. - jaja, kijk is moeder. ze komen voor u. kijk moeder! kijk kijk kijk. kijk dan toch.
GA IS UIT DE WEG!! Ik moet naar de ZEE.
Kan u haar niet wat zachtaardiger beh..
VOORTMAKEN jongens, al tien km file. V O O R T maken. - Aiaiai, zie diene middenberm is, daar zijn kosten aan.
Ah, ze leeft nu als een plant.
Ah, en nu niet meer.
Ja, dag dan maar hé mama.
OPRUIMEN mannekes!
donderdag 11 juni 2009
"U woont misschien ergens op de buiten."
Ook al had Anne De Baetzelier zich vooraf ettelijke tinten bruiner gemaakt, haalde ze haar blinkfactor omhoog met drie, beheerste ze een haast foutloos Vtms en had ze de haren in een toren geplaatst, werd ze tijdens onderstaand debat gecontroleerd en op allerlei wijzen onteerd door Freya Van den Bossche. Verder is ze trouwens bijzonder slecht geïnformeerd maar dat sluit uiteraard aan bij het totaalconcept Anne en ook wel een beetje bij dat van haar partij en eigenlijk ook bij heel politiek rechts. Eigenlijk raaskalt ze gewoon een beetje en tracht ze zich in te dekken met wat gedateerd cijfermateriaal van Wikipedia.
Anne woont aldus op het pelatteland. Bij seconden vier tot acht doet ze u vast en zeker denken aan een koter die van de trap valt en weglachend kenbaar maakt dat hij geen PIJN heeft, maar dan op de Annewijze - ik tracht enkel te zeggen dat ze er zo sjofel en geesteloos uitziet. Ik hoop dat Anne binnenkort uit elkaar valt. Sorry Anne, ge wordt het land uitgezet omdat ge te clichébevestigend zijt. Ge weet wel, 'bv in de politiek' enal.
Ik vind het niet acceptabel dat Anne De Baetzelier een mening heeft. Foei Anne. Billenkoek. Rode maaimieren!
Het meest vermakelijke fragment zie je hier:
En hier vind je het hele debat (deel drie is het meest charmante Annedeel - vanaf minuut twee, bij minuut drie zegt Anne dat ze in Kampenhout woont):
Terzake ‘09: herbekijk 03/06/09
Anne woont aldus op het pelatteland. Bij seconden vier tot acht doet ze u vast en zeker denken aan een koter die van de trap valt en weglachend kenbaar maakt dat hij geen PIJN heeft, maar dan op de Annewijze - ik tracht enkel te zeggen dat ze er zo sjofel en geesteloos uitziet. Ik hoop dat Anne binnenkort uit elkaar valt. Sorry Anne, ge wordt het land uitgezet omdat ge te clichébevestigend zijt. Ge weet wel, 'bv in de politiek' enal.
Ik vind het niet acceptabel dat Anne De Baetzelier een mening heeft. Foei Anne. Billenkoek. Rode maaimieren!
Het meest vermakelijke fragment zie je hier:
En hier vind je het hele debat (deel drie is het meest charmante Annedeel - vanaf minuut twee, bij minuut drie zegt Anne dat ze in Kampenhout woont):
Terzake ‘09: herbekijk 03/06/09
zondag 10 mei 2009
Gene
Ten einde de ergonomische crisis bij de openbare omroep tegen te gaan, besloot de ondernemersraad met ingang van vandaag een maximum kijkcijferaantal in te stellen voor alle programma's en films met Gene Bervoets.
Indien tijdens de eerstvolgende aflevering van Gentse Waterzooi het aantal van drie kijkers wordt overschreden, wordt Gene een exclusiviteitscontract met ZDF opgedrongen. Mogelijk publiek krijgt een milde straf zijnde een verbanning naar Gene.
Indien tijdens de eerstvolgende aflevering van Gentse Waterzooi het aantal van drie kijkers wordt overschreden, wordt Gene een exclusiviteitscontract met ZDF opgedrongen. Mogelijk publiek krijgt een milde straf zijnde een verbanning naar Gene.
donderdag 7 mei 2009
Hotline Helena
Hallo.
Ik ben Alleen. Vandaag ben ik zo dik geworden dat geen enkel kledingstuk mijn vormen nog kan verhullen.
“GODVERDOMME.”
Waarom zegt ge GODVERDOMME Alleen?
“AL MIJN KINDEREN ZIJN OOK DIK GEWORDEN. Van de een op de andere dag.”
Daar wij in de woestijn leven, ontbreekt ons nu de mogelijkheid naar de winkels te kunnen. We liepen steeds. Nu we dik zijn, kleven we aan de grond. We zullen doodvallen in het zand en dan zullen de gieren een heerlijk maal aan ons hebben.
Ik weet nog goed. Na het rapen van tien boleten hadden we onze schoenen uitgetrokken en SEKS GEHAD.
“ER ZIJN HIER GEEN BOLETEN!!”
Grootva. Grootva. GROOTVA.
Hij is wakker. Als we hem langer dan drie uur laten slapen gaat ie dood. We hebben dat eens gehad. Ik zeg je, nooit meer.
Colette was steeds thuis. Dat dacht ik alleszins. Telkens ik het huis inging draaide alles rond Colette, zoals alles ook rond de zon draait, of bijna alles voor zover we veronderstellen of toch ook wel weten. Ze was de enige die in de kamers rondcirkelde, terwijl de rest de krant las of televisie keek. Meer was er niet nodig, wat rondcirkelen, zonder haar geen huis, geen mensen erin. Zo leek het. In werkelijkheid was Colette enkel thuis als ik langskwam.
Een keer was ze niet thuis, toen ik langskwam. Het jongste kind had vijf magneten gegeten en zo waren de darmen gaan samenkleven. Maar voor de rest, proficiat Colette voor het in stand houden van een schone illusie. En merci.
Hotline Helena
Helena is goodlooking, zeer fijn gebouwd, spiritueel, gastro., tweetalig met kennis van andere talen, jongogend, villa, spontaan, met niveau, vriendin nt. lesbo, sport, natuur, uit welstellend midden, stijlv. uitstraling, ondernemend, gepensioneerd, huiselijk.
“Helena is werkelijk alles wat ik wil.”
“Joren, Helena is een VLIEG.”
“En dan. Liefde gaat toch door merg en been en alles toch?”
“Och jong.”
“Die vlieg is mijn levensredder, ik voel het.”
Hallo. Ik rij met een vierwieler.
“WINKELKAR?”
Neen, geen winkelkar.
“WINKELKAR?”
Hallo. Ik heb maar vijf tanden.
Hallo. Ik heb er vijftien. Waarvan nul in mijn mond.
GEZOCHT. Tijdloze mensen.
GEZOCHT. Jij.
GEVONDEN. Niemand.
SPOORLOOS. Iedereen.
“Liefde, dat is als de stekker van een stofzuiger, of hoe iets met één knop zo snel weg kan zijn.”
“Ouwe zot, wat weet jij nou over liefde. Neen, liefde, dat is alles vanzelf of helemaal niet. En graag, of eveneens niet. En zich mooi maken.”
“Net omdat ik een ouwe zot ben, ken ik liefde.”
“Waarom maken mensen zich in hemelsnaam mooi? Ze gaan er enkel beroerder uitzien. Elk kledingstuk heeft wel iets carnavalesk. Het enige dat die broek van je poneert is dat je er in past, verder zie je er erg kolderiek uit.”
“Wat is liefde überhaupt waard? Er kan onmogelijk iemand altijd zijn. Onze ouders, zij zijn er van bij het begin. Zij gaan dan dood. Vrienden en lieven, zij komen er achteraf bij, kunnen er aldus onmogelijk altijd geweest zijn, en dan verdwijnen ze. Ja. De meeste van je vrienden en lieven zullen verdwijnen voor ze sterven. We kunnen slechts hopen dat als het onderweg ergens misloopt, jij steeds diegene bent die het het makkelijkst heeft bij het verdwijnen van de ander. Zoniet, ga JIJ dood. Dat steeds opnieuw moeten beginnen, het komt me de strot uit.”
“Een mens is te ambitieus, te narcistisch. Te egoïstisch om echte liefde te kunnen hebben. Of om zelfs maar iets van betekenis aan zijn leven te kunnen geven. Alles is rot en nutteloos en enkel als men er zelf baat bij heeft - men zou ook gek zijn, dat is de basis, maar met dat besef kan er wat moois komen.
En nog zoiets. Heeft onze onuitputtelijk zuigende transpirerende nood aan vriendschap en liefde niet tot gevolg dat het niet uitmaakt door wie zij worden ingevuld, zolang het maar niet al te grote kuikens zijn? Louter toeval toeval toeval en opvoeding en woonplaats.”
“Och ploert, zwijg toch. Wie zegt hier eigenlijk wat en noem je dit een dialoog? Flutmens.”
“Hé, niets gaat blijvend verloren.”
“Hé, huichelaar, ik dacht net een oud wijf te zien vallen, maar het was een kind. Zie je niet dat ik van dit onderwerp wil afdrijven?”
“Hé, sommige mensen zien er zo dom uit dat men zich zou afvragen of ze wel de mogelijkheid bezitten te kunnen zien en ruiken.”
“Sommige mensen zien er zo dom uit dat ze van mijn part gerust beroofd mogen worden van al hun organen. En van seks. JA, ontneem hen de seks. JAHAHAH.”
“Ontneem alle mensen seks. Ze verdienen het.”
“Sorry, maar je vertoont nu echt wel alcoholisch gedrag.”
"Fenomeen in de holebiwereld. De homokop. De kop op iemands lijf die zegt 'Ik kan onmogelijk hetero zijn'. Het hoofd en alleen het hoofd."
Als ik ooit tachtig word, dat is viermaal zoveel als wat ik nu heb, als ik echt nog zo’n vier twintig jaren mag beleven, dood me dan alsjeblieft. Pijnlijk of zacht of snel of traag, maakt mij niet uit. Ik heb geleerd. Alles wat ik heb is het vooruitzicht dat het in de toekomst enkel beter kan worden. Als het in de toekomst slechter zou worden, zou ik weldra opnieuw het vuur moeten ontdekken. We hebben eruit geleerd. Niets erger dan ongemeendheid. Eigenlijk zijn we allemaal een Kaap de Overdreven Goede Hoop. Ja, we hebben er dan toch uit geleerd. Ik zou van leven kunnen houden. Ik zou aan de goede momenten kunnen denken, maar dan zou ik een belangrijk deel van mijn leven verloochenen. Een deel dat mij ook - en mogelijk zelfs in grotere mate - heeft gevormd, en bewust gemaakt van vanalles, en zo zou ik wederom helemaal niet van leven houden.
Ik ga een land bouwen met Ervaring. Ik ga ermee op de markt staan en word rijk als nijlpaarden dik zijn. Ik kan enkel meedelen dat het elke dag slechter wordt. Het is niet omdat mijn kathedraal nog een schijnbaar degelijke gevel heeft dat daarachter nog ook maar iets overeind blijft. Doch, we hebben geleerd. Het kan enkel ongemeend, dat merk ik wel, dat is ook niet wat ik wil. En toch, ik weet dat ik al over mijn hoogtepunt heen ben. We hebben geleerd.
Wens me afscheid.
Maar kom, terug over mensen. Als ze lachen, is het alsof ze huilen. Ze houden van sacrale pollepels.
Miss Piggy is wel knap, sneu voor haar dat ze het juiste figuur niet heeft.
Ooit was ik lid van het Ming-hof. Ik was het die onze naam ontleende aan die lelijke vazen.
Nu ik u ken, kan ik echt wel zeggen IK HEB HET MET U GEHAD.
Over houten snijplankjes. Dat droogt niet op, dat stoot niet af, het water trekt er gewoon in. Mijn plank zwelt.
Ik neem de oesters. Twee graag.
Ge hebt mijn gezicht stuk gescheurd.
Je hebt tot gevolg dat ik al mijn eer kwijt ben.
Je bent ook al over je hoogtepunt heen.
Ik heb een kater. Hij heet fantasie. Anders dan andere katten borduurt hij, liever dan stomweg met wol te spelen.
Hij heeft nooit losgelaten.
Hij zei te zullen terugkeren.
Wij zijn een koppel enkel en alleen om een briefwisseling te kunnen onderhouden met andere koppels.
Als er iemand ziek wordt, ik weet van niets.
Alles komt inorde, met PENTOBARBITAL.
PENTOBARBITAL, en al uw problemen van de baan.
Een goede nachtrust met PENTOBARBITAL.
Aan deze woorden denk ik, vanaf nu:
Idylle.
Portiekje.
Vitalistisch.
Spankracht.
Expatriates.
Mataglap.
Cadans.
Fiducie.
Zalm.
Brandnetelzalf.
Chris Offili.
Hitserij.
Soft-pornoversie.
Hoereren.
Badinerend.
Valsspelen.
Wens me afscheid. Met een echte lach.
Ik ben Alleen. Vandaag ben ik zo dik geworden dat geen enkel kledingstuk mijn vormen nog kan verhullen.
“GODVERDOMME.”
Waarom zegt ge GODVERDOMME Alleen?
“AL MIJN KINDEREN ZIJN OOK DIK GEWORDEN. Van de een op de andere dag.”
Daar wij in de woestijn leven, ontbreekt ons nu de mogelijkheid naar de winkels te kunnen. We liepen steeds. Nu we dik zijn, kleven we aan de grond. We zullen doodvallen in het zand en dan zullen de gieren een heerlijk maal aan ons hebben.
Ik weet nog goed. Na het rapen van tien boleten hadden we onze schoenen uitgetrokken en SEKS GEHAD.
“ER ZIJN HIER GEEN BOLETEN!!”
Grootva. Grootva. GROOTVA.
Hij is wakker. Als we hem langer dan drie uur laten slapen gaat ie dood. We hebben dat eens gehad. Ik zeg je, nooit meer.
Colette was steeds thuis. Dat dacht ik alleszins. Telkens ik het huis inging draaide alles rond Colette, zoals alles ook rond de zon draait, of bijna alles voor zover we veronderstellen of toch ook wel weten. Ze was de enige die in de kamers rondcirkelde, terwijl de rest de krant las of televisie keek. Meer was er niet nodig, wat rondcirkelen, zonder haar geen huis, geen mensen erin. Zo leek het. In werkelijkheid was Colette enkel thuis als ik langskwam.
Een keer was ze niet thuis, toen ik langskwam. Het jongste kind had vijf magneten gegeten en zo waren de darmen gaan samenkleven. Maar voor de rest, proficiat Colette voor het in stand houden van een schone illusie. En merci.
Hotline Helena
Helena is goodlooking, zeer fijn gebouwd, spiritueel, gastro., tweetalig met kennis van andere talen, jongogend, villa, spontaan, met niveau, vriendin nt. lesbo, sport, natuur, uit welstellend midden, stijlv. uitstraling, ondernemend, gepensioneerd, huiselijk.
“Helena is werkelijk alles wat ik wil.”
“Joren, Helena is een VLIEG.”
“En dan. Liefde gaat toch door merg en been en alles toch?”
“Och jong.”
“Die vlieg is mijn levensredder, ik voel het.”
Hallo. Ik rij met een vierwieler.
“WINKELKAR?”
Neen, geen winkelkar.
“WINKELKAR?”
Hallo. Ik heb maar vijf tanden.
Hallo. Ik heb er vijftien. Waarvan nul in mijn mond.
GEZOCHT. Tijdloze mensen.
GEZOCHT. Jij.
GEVONDEN. Niemand.
SPOORLOOS. Iedereen.
“Liefde, dat is als de stekker van een stofzuiger, of hoe iets met één knop zo snel weg kan zijn.”
“Ouwe zot, wat weet jij nou over liefde. Neen, liefde, dat is alles vanzelf of helemaal niet. En graag, of eveneens niet. En zich mooi maken.”
“Net omdat ik een ouwe zot ben, ken ik liefde.”
“Waarom maken mensen zich in hemelsnaam mooi? Ze gaan er enkel beroerder uitzien. Elk kledingstuk heeft wel iets carnavalesk. Het enige dat die broek van je poneert is dat je er in past, verder zie je er erg kolderiek uit.”
“Wat is liefde überhaupt waard? Er kan onmogelijk iemand altijd zijn. Onze ouders, zij zijn er van bij het begin. Zij gaan dan dood. Vrienden en lieven, zij komen er achteraf bij, kunnen er aldus onmogelijk altijd geweest zijn, en dan verdwijnen ze. Ja. De meeste van je vrienden en lieven zullen verdwijnen voor ze sterven. We kunnen slechts hopen dat als het onderweg ergens misloopt, jij steeds diegene bent die het het makkelijkst heeft bij het verdwijnen van de ander. Zoniet, ga JIJ dood. Dat steeds opnieuw moeten beginnen, het komt me de strot uit.”
“Een mens is te ambitieus, te narcistisch. Te egoïstisch om echte liefde te kunnen hebben. Of om zelfs maar iets van betekenis aan zijn leven te kunnen geven. Alles is rot en nutteloos en enkel als men er zelf baat bij heeft - men zou ook gek zijn, dat is de basis, maar met dat besef kan er wat moois komen.
En nog zoiets. Heeft onze onuitputtelijk zuigende transpirerende nood aan vriendschap en liefde niet tot gevolg dat het niet uitmaakt door wie zij worden ingevuld, zolang het maar niet al te grote kuikens zijn? Louter toeval toeval toeval en opvoeding en woonplaats.”
“Och ploert, zwijg toch. Wie zegt hier eigenlijk wat en noem je dit een dialoog? Flutmens.”
“Hé, niets gaat blijvend verloren.”
“Hé, huichelaar, ik dacht net een oud wijf te zien vallen, maar het was een kind. Zie je niet dat ik van dit onderwerp wil afdrijven?”
“Hé, sommige mensen zien er zo dom uit dat men zich zou afvragen of ze wel de mogelijkheid bezitten te kunnen zien en ruiken.”
“Sommige mensen zien er zo dom uit dat ze van mijn part gerust beroofd mogen worden van al hun organen. En van seks. JA, ontneem hen de seks. JAHAHAH.”
“Ontneem alle mensen seks. Ze verdienen het.”
“Sorry, maar je vertoont nu echt wel alcoholisch gedrag.”
"Fenomeen in de holebiwereld. De homokop. De kop op iemands lijf die zegt 'Ik kan onmogelijk hetero zijn'. Het hoofd en alleen het hoofd."
Als ik ooit tachtig word, dat is viermaal zoveel als wat ik nu heb, als ik echt nog zo’n vier twintig jaren mag beleven, dood me dan alsjeblieft. Pijnlijk of zacht of snel of traag, maakt mij niet uit. Ik heb geleerd. Alles wat ik heb is het vooruitzicht dat het in de toekomst enkel beter kan worden. Als het in de toekomst slechter zou worden, zou ik weldra opnieuw het vuur moeten ontdekken. We hebben eruit geleerd. Niets erger dan ongemeendheid. Eigenlijk zijn we allemaal een Kaap de Overdreven Goede Hoop. Ja, we hebben er dan toch uit geleerd. Ik zou van leven kunnen houden. Ik zou aan de goede momenten kunnen denken, maar dan zou ik een belangrijk deel van mijn leven verloochenen. Een deel dat mij ook - en mogelijk zelfs in grotere mate - heeft gevormd, en bewust gemaakt van vanalles, en zo zou ik wederom helemaal niet van leven houden.
Ik ga een land bouwen met Ervaring. Ik ga ermee op de markt staan en word rijk als nijlpaarden dik zijn. Ik kan enkel meedelen dat het elke dag slechter wordt. Het is niet omdat mijn kathedraal nog een schijnbaar degelijke gevel heeft dat daarachter nog ook maar iets overeind blijft. Doch, we hebben geleerd. Het kan enkel ongemeend, dat merk ik wel, dat is ook niet wat ik wil. En toch, ik weet dat ik al over mijn hoogtepunt heen ben. We hebben geleerd.
Wens me afscheid.
Maar kom, terug over mensen. Als ze lachen, is het alsof ze huilen. Ze houden van sacrale pollepels.
Miss Piggy is wel knap, sneu voor haar dat ze het juiste figuur niet heeft.
Ooit was ik lid van het Ming-hof. Ik was het die onze naam ontleende aan die lelijke vazen.
Nu ik u ken, kan ik echt wel zeggen IK HEB HET MET U GEHAD.
Over houten snijplankjes. Dat droogt niet op, dat stoot niet af, het water trekt er gewoon in. Mijn plank zwelt.
Ik neem de oesters. Twee graag.
Ge hebt mijn gezicht stuk gescheurd.
Je hebt tot gevolg dat ik al mijn eer kwijt ben.
Je bent ook al over je hoogtepunt heen.
Ik heb een kater. Hij heet fantasie. Anders dan andere katten borduurt hij, liever dan stomweg met wol te spelen.
Hij heeft nooit losgelaten.
Hij zei te zullen terugkeren.
Wij zijn een koppel enkel en alleen om een briefwisseling te kunnen onderhouden met andere koppels.
Als er iemand ziek wordt, ik weet van niets.
Alles komt inorde, met PENTOBARBITAL.
PENTOBARBITAL, en al uw problemen van de baan.
Een goede nachtrust met PENTOBARBITAL.
Aan deze woorden denk ik, vanaf nu:
Idylle.
Portiekje.
Vitalistisch.
Spankracht.
Expatriates.
Mataglap.
Cadans.
Fiducie.
Zalm.
Brandnetelzalf.
Chris Offili.
Hitserij.
Soft-pornoversie.
Hoereren.
Badinerend.
Valsspelen.
Wens me afscheid. Met een echte lach.
Abonneren op:
Posts (Atom)
