Als iemand zo oud zou worden als het aantal malen hij de badkamer schoonmaakt,
en hij zal dat 432 keer doen vooraleer te sterven,
dan zou hij kunnen zeggen gedaan ik maak die badkamer niet meer schoon.
Maar zo gaat dat niet.
Hij ziet de badkamer vuil worden en maakt ze schoon.
Vierhonderdeenendertig keer en ik zal sterven zegt hij.
Maar de dag waarop hij sterft, zal zijn badkamer schoon zijn.
En mensen zullen zeggen hij had dat maar niet zo vaak moeten doen,
het is zijn eigen schuld.
Maar hij was wel proper.
En zijn naam is Jan.
En op de dag waarop hij sterft,
verzamelen alle mensen die Jan ooit kenden voor de deur van zijn huis.
Ze roepen zijn naam.
"JAN, hé Jan!"
"Nooit zullen wij met stokken bij u weg te slaan zijn Jan."
Jan gaat niet op zijn balkon staan, hij kijkt niet door het raam,
want er is geen raam en ook geen balkon,
doch hij hoort hen wel.
Hij lacht en poetst zijn badkamer voor de laatste keer.
"Nooit zullen wij met stokken bij u weg te slaan zijn!"
Zijn eerste liefje roept: "Jan, in uw armen kon ik de zee horen!"
Zijn grootmoeder: "Jan, hoe hebt ge het in hemelsnaam allemaal zo ver laten komen?"
Zijn vader zegt: "Jan, sla vandaag een dag over. Ik ga vandaag ook een dag overslaan."
Maar wij allemaal: "Een dag overslaan? Niets zo onmogelijk als een dag overslaan!"
En Jan zei nog dat hij altijd bij ons zou zijn.
Doch we hebben hem sindsdien niet meer gezien.
zondag 15 november 2009
woensdag 11 november 2009
Voor de laatste keer.
Servaas vertrekt. Het is ochtend. Hij opent de deur. Hij heeft woonplaats en leeftijd.
Hij heeft een buurvrouw ze staat voor de deur die hij net opende daardoor kan hij niet naar buiten.
"SERVAAS HEEL DE WERELD GAAT U ZIEN STRALEN GE GAAT ER STAAN JONG.", schreeuwt ze.
Een trein rijdt voorbij. Servaas denkt zat ik maar op die trein had ik maar het gevoel ergens heen te gaan.
"WAT IS ER JONG KOP OP GE LIJKT ZO SIP?!", schreeuwt de buurvrouw want ze schreeuwt altijd ze is een van die mensen.
Servaas vergat zijn bril hij gaat terug naar binnen.
Leven is als een kind dat ge aan de telefoon krijgt ge weet niet wat ge daar mee moet.
Hij heeft een buurvrouw ze staat voor de deur die hij net opende daardoor kan hij niet naar buiten.
"SERVAAS HEEL DE WERELD GAAT U ZIEN STRALEN GE GAAT ER STAAN JONG.", schreeuwt ze.
Een trein rijdt voorbij. Servaas denkt zat ik maar op die trein had ik maar het gevoel ergens heen te gaan.
"WAT IS ER JONG KOP OP GE LIJKT ZO SIP?!", schreeuwt de buurvrouw want ze schreeuwt altijd ze is een van die mensen.
Servaas vergat zijn bril hij gaat terug naar binnen.
Leven is als een kind dat ge aan de telefoon krijgt ge weet niet wat ge daar mee moet.
zaterdag 7 november 2009
Truus en Iemand Anders
Niets gaat verloren zegt Truus.
Wanneer ze een lucifer ietwat te hevig tegen het luciferdoosje schurkt waardoor die een vonk vertoont doch onmiddelijk terug dooft, neemt ze een ander lucifer, doet die op een meer zorgvuldige manier branden, en houdt die tegen de gedoofde lucifer. Niets gaat verloren, zegt Truus dan. Beter twee brandende lucifer dan een gedoofde. Ze kijkt alsof ze dat in een camera zou zeggen als er een camera zou zijn, zo kijkt ze. Als in een kookprogramma. Ze staat daar dan.
Ze zal ons allemaal overleven, Truus. Ze luistert naar David Bowie.
Truus heeft het moeilijk met liefde. Tonen toch.
Ik zie u. Nog wel. Volgende week. Zegt Truus dan.
Truus tracht eigenlijk een feest te zijn voor iedereen.
Kom allemaal naar mij zegt ze dan.
't Begint om acht.
Truus zei steeds hihi. Toen ze nog jong was.
Nu zegt ze.
Niets gaat verloren.
Beter twee brandende lucifer dan een gedoofde, zegt Truus. Wat wilt dat nu zeggen zegt Iemand Anders niet Truus.
Als ik geld op mensenlevens zou moeten zetten, zou het elke dag solden zijn, zegt Truus. Maar dokters zet men niet te koop want zij moeten die mensenlevens redden. Verbetert Truus nog.
AI MADAM IK HEB UW KLEINEN INGESLIKT.
:(
Truus sterft maandag einde.
Begin 2
In het leven van Eerste en Tweede Persoon gaat ieder dood of weg. Maar dat heeft een reden.
Eerste Persoon: "Wij voelen elkaar nogal aan."
Tweede Persoon: "Ja."
Iemand Anders zal zich ontfermen over Eerste en Tweede Persoon. Maandag. In een mensenleven gebeuren alle belangrijke dingen op maandag. Dat is wetenschap.
Shht nu. De kleine slaapt.
Wie geloofde immers echt dat Truus ons allemaal zou overleven?
Hoe gaat het met u Truus?
"Ik moet zeggen ik heb nogal last aan mijn sonates voor klavecimbel."
Mensen die last hebben gaan laat op de avond dood.
Dat is wetenschap.
Einde
Wanneer ze een lucifer ietwat te hevig tegen het luciferdoosje schurkt waardoor die een vonk vertoont doch onmiddelijk terug dooft, neemt ze een ander lucifer, doet die op een meer zorgvuldige manier branden, en houdt die tegen de gedoofde lucifer. Niets gaat verloren, zegt Truus dan. Beter twee brandende lucifer dan een gedoofde. Ze kijkt alsof ze dat in een camera zou zeggen als er een camera zou zijn, zo kijkt ze. Als in een kookprogramma. Ze staat daar dan.
Ze zal ons allemaal overleven, Truus. Ze luistert naar David Bowie.
Truus heeft het moeilijk met liefde. Tonen toch.
Ik zie u. Nog wel. Volgende week. Zegt Truus dan.
Truus tracht eigenlijk een feest te zijn voor iedereen.
Kom allemaal naar mij zegt ze dan.
't Begint om acht.
Truus zei steeds hihi. Toen ze nog jong was.
Nu zegt ze.
Niets gaat verloren.
Beter twee brandende lucifer dan een gedoofde, zegt Truus. Wat wilt dat nu zeggen zegt Iemand Anders niet Truus.
Als ik geld op mensenlevens zou moeten zetten, zou het elke dag solden zijn, zegt Truus. Maar dokters zet men niet te koop want zij moeten die mensenlevens redden. Verbetert Truus nog.
AI MADAM IK HEB UW KLEINEN INGESLIKT.
:(
Truus sterft maandag einde.
Begin 2
In het leven van Eerste en Tweede Persoon gaat ieder dood of weg. Maar dat heeft een reden.
Eerste Persoon: "Wij voelen elkaar nogal aan."
Tweede Persoon: "Ja."
Iemand Anders zal zich ontfermen over Eerste en Tweede Persoon. Maandag. In een mensenleven gebeuren alle belangrijke dingen op maandag. Dat is wetenschap.
Shht nu. De kleine slaapt.
Wie geloofde immers echt dat Truus ons allemaal zou overleven?
Hoe gaat het met u Truus?
"Ik moet zeggen ik heb nogal last aan mijn sonates voor klavecimbel."
Mensen die last hebben gaan laat op de avond dood.
Dat is wetenschap.
Einde
zaterdag 24 oktober 2009
Liefde voor het kind.
Veronica zei nog: "Lapdance, gij hebt dat niet in u?"
En neen, gelijk had ze, ik had dat niet in mij.
Veronica klapte de kinderwagen dicht maar het kind zat er nog in.
We zijn nog met het kind naar de dokter gereden maar alle hulp kwam te laat. Het kind was dood.
We zijn er dan nog voor een laatste keer mee gaan wandelen en hebben het toen in het park begraven - we hebben het daar eigenlijk gewoon gelegd want we hadden geen schopje.
De ganzen zijn dan met het kind beginnen spelen en dat maakte dat we het park met een goed gevoel konden verlaten want eenzaam zou het kind toch niet zijn en spelen deed het graag.
Veronica heeft dan een hondje onder de arm genomen omdat ze niet langer iets had om mee te wandelen.
Het kind was steeds goed geweest voor onze lijnen.
En neen, gelijk had ze, ik had dat niet in mij.
Veronica klapte de kinderwagen dicht maar het kind zat er nog in.
We zijn nog met het kind naar de dokter gereden maar alle hulp kwam te laat. Het kind was dood.
We zijn er dan nog voor een laatste keer mee gaan wandelen en hebben het toen in het park begraven - we hebben het daar eigenlijk gewoon gelegd want we hadden geen schopje.
De ganzen zijn dan met het kind beginnen spelen en dat maakte dat we het park met een goed gevoel konden verlaten want eenzaam zou het kind toch niet zijn en spelen deed het graag.
Veronica heeft dan een hondje onder de arm genomen omdat ze niet langer iets had om mee te wandelen.
Het kind was steeds goed geweest voor onze lijnen.
woensdag 21 oktober 2009
Het is tijd - deel vier: Eerste Persoon (solo)
Op een dag - ik had een afspraak,
maar die afspraak was snel voorbij,
en ik begon te stappen.
De afspraak had me ver gebracht -
ik poogde minder ver te raken.
Ik dwaalde en vroeg de weg.
Een man zei sorry, maar u bent echt heel ver weg.
Vanaf die dag ben ik heel veel van wandelen gaan houden.
maar die afspraak was snel voorbij,
en ik begon te stappen.
De afspraak had me ver gebracht -
ik poogde minder ver te raken.
Ik dwaalde en vroeg de weg.
Een man zei sorry, maar u bent echt heel ver weg.
Vanaf die dag ben ik heel veel van wandelen gaan houden.
vrijdag 28 augustus 2009
Het is tijd - deel drie: Op een ochtend in het heelal.
De intrede van mevrouw Tafereel.
Mevrouw Tafereel zet alle dingen recht. Toen ze hier nog was, hadden wij - en wij dat zijn Tweede Persoon en ik - nooit wat te doen. Zij deed alles reeds voor ons. Een keer huilde ze dagenlang. Ons resterende gehuil heeft Mevrouw Tafereel reeds verteerd. Ons gelach ook. Ze bereidde alle taarten die we in ons leven zelf zouden bakken, richtte onze toekomstige woonsten alvast in, en bracht tijd door met de aanstaande kleinkinderen. Zij was het ook die ons door de perseïden had gezeuld.
Ja, toen zij hier was. We vierden hele dagen de nacht.
Mevrouw Tafereel had een motto. ALLES RECHT ZETTEN.
Mevrouw Tafereel was niet de personificatie van middelmaat.
ELKE SITUATIE TEN VOLLE BENUTTEN.
Mevrouw Tafereel was statig als een hoog paard.
Baby's dragen geen stiletto's! ! !
Er zijn duizend betere plekken dan deze.
En dat was de aanzet van alles; het vertrek van Mevrouw Tafereel.
Tweede Persoon en ik bleven alleen achter. En er was niets dat ons nog te doen stond.
Mevrouw Tafereel zet alle dingen recht. Toen ze hier nog was, hadden wij - en wij dat zijn Tweede Persoon en ik - nooit wat te doen. Zij deed alles reeds voor ons. Een keer huilde ze dagenlang. Ons resterende gehuil heeft Mevrouw Tafereel reeds verteerd. Ons gelach ook. Ze bereidde alle taarten die we in ons leven zelf zouden bakken, richtte onze toekomstige woonsten alvast in, en bracht tijd door met de aanstaande kleinkinderen. Zij was het ook die ons door de perseïden had gezeuld.
Ja, toen zij hier was. We vierden hele dagen de nacht.
Mevrouw Tafereel had een motto. ALLES RECHT ZETTEN.
Mevrouw Tafereel was niet de personificatie van middelmaat.
ELKE SITUATIE TEN VOLLE BENUTTEN.
Mevrouw Tafereel was statig als een hoog paard.
Baby's dragen geen stiletto's! ! !
Er zijn duizend betere plekken dan deze.
En dat was de aanzet van alles; het vertrek van Mevrouw Tafereel.
Tweede Persoon en ik bleven alleen achter. En er was niets dat ons nog te doen stond.
dinsdag 11 augustus 2009
Het is tijd - deel twee: Bruggen naar ver weg.
Mijn grootvader is van het allooi mens dat steeds roerloos en schijnbaar nors overal rondhangt, en dingen repareert. En waarvan je maar moet weten dat het geen vlieg kwaad doet en je graag ziet. Dat hij je graag ziet, merk je soms. Aan zijn kleine mopjes die niet gericht zijn aan een hele groep, maar aan jou. En aan de lach en knipoog die daarbij horen. Hij kijkt je niet vaak aan, grootva, maar als hij het doet, zou men met hem naar Mars willen. Grootmoe is lief en bitterzoet. Die woorden lijken voor haar uitgevonden.
Grootmoe en grootva zijn louter fictief.
We nemen plaats aan een tafel in een wegrestaurant. Ik, Eerste Persoon, ga in het midden van een zetelrij zitten. Grootmoe schuift aan langs de ene zijde, grootva langs de andere. Onze handen laten we op de verweerde kussens rusten. Ik voel me vijf. Zij twee zullen me elk om beurt voeden, zodat ze soms zelf een hap kunnen nemen.
“Wat zal het worden?” Een zwangere brunette stapt langszij en kijkt sip. Ik staar naar haar buik. Daarna naar haar borsten. Ik word niet opgewonden. Ik denk aan haar kind. Uit het assortiment hamburgers poog ik de meest betrouwbare hap te kiezen. Geen vis, kip, zeker geen sla. Ik zeg:
“Broodje mayonaise?”
“OK. En voor meneer en mevrouw?”
“Drie broodjes mayonaise graag.”
Mijn bord lijkt het prematuur kind van mevrouw Brunette. De mayonaise loopt als kaarsvet van het bord. Een prematuur kind lijkt op kaarsvet dat van een bord loopt.
Die dag gebeurde er verder niets.
Drie weken later had ik een afspraak met Tweede Persoon, en mijn gedachten gingen geheel naar hem toe.
We zouden samen moe worden. Eerst liepen we gearmd langs waterlopen en verstopten we ons voor elkaar achter gordijnen. Daarna hadden we een gesprek. Het gesprek ging als volgt:
“Aan sommige mensjes kan je reeds vroeg zien hoe ze er als veertigjarige huisvrouw of verlepte werkman zullen uitzien. De eerste trekken van een beneveld gezicht, maar dan zonder de rimpels en nog geen voorgetekende mascara. Het zijn zij die van die clichékoppels maken. Daar heb ik een hekel aan.”
“Ja, en het worden er elke seconde meer.”
“Zijn er eigenlijk andere dan clichékoppels?”
“Jij en ik?”
“Vast wel. Wat is een clichékoppel?”
“Als ik later een vette bonus krijg op het werk, ga ik daar geen zwembad mee plaatsen.”
“Wees zoet.”
Daarna besloten Eerste Persoon en Tweede Persoon samen moe te worden.
.....................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................
Grootmoe en grootva zijn louter fictief.
We nemen plaats aan een tafel in een wegrestaurant. Ik, Eerste Persoon, ga in het midden van een zetelrij zitten. Grootmoe schuift aan langs de ene zijde, grootva langs de andere. Onze handen laten we op de verweerde kussens rusten. Ik voel me vijf. Zij twee zullen me elk om beurt voeden, zodat ze soms zelf een hap kunnen nemen.
“Wat zal het worden?” Een zwangere brunette stapt langszij en kijkt sip. Ik staar naar haar buik. Daarna naar haar borsten. Ik word niet opgewonden. Ik denk aan haar kind. Uit het assortiment hamburgers poog ik de meest betrouwbare hap te kiezen. Geen vis, kip, zeker geen sla. Ik zeg:
“Broodje mayonaise?”
“OK. En voor meneer en mevrouw?”
“Drie broodjes mayonaise graag.”
Mijn bord lijkt het prematuur kind van mevrouw Brunette. De mayonaise loopt als kaarsvet van het bord. Een prematuur kind lijkt op kaarsvet dat van een bord loopt.
Die dag gebeurde er verder niets.
Drie weken later had ik een afspraak met Tweede Persoon, en mijn gedachten gingen geheel naar hem toe.
We zouden samen moe worden. Eerst liepen we gearmd langs waterlopen en verstopten we ons voor elkaar achter gordijnen. Daarna hadden we een gesprek. Het gesprek ging als volgt:
“Aan sommige mensjes kan je reeds vroeg zien hoe ze er als veertigjarige huisvrouw of verlepte werkman zullen uitzien. De eerste trekken van een beneveld gezicht, maar dan zonder de rimpels en nog geen voorgetekende mascara. Het zijn zij die van die clichékoppels maken. Daar heb ik een hekel aan.”
“Ja, en het worden er elke seconde meer.”
“Zijn er eigenlijk andere dan clichékoppels?”
“Jij en ik?”
“Vast wel. Wat is een clichékoppel?”
“Als ik later een vette bonus krijg op het werk, ga ik daar geen zwembad mee plaatsen.”
“Wees zoet.”
Daarna besloten Eerste Persoon en Tweede Persoon samen moe te worden.
.....................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................
maandag 10 augustus 2009
Het is tijd.
Toen Eerste Persoon, Tweede Persoon die ochtend vroeg wat ie over het leven kon zeggen, klopte iemand aan de deur.
Maar, ze deden niet open.
Nogmaals geklop.
Ze deden niet open.
Leven is als zeulen met patatten. De oogst is reeds voorbij en alles wat men nog kan doen is zeulen met wat reeds is geweest.
Nooit zal er nog zo'n goeie oogst zijn.
Dat is leven.
Jij bent mijn knetter. Zo wat je hoort, als je plast in een vuurtje. Zei Eerste Persoon nog.
Maar, ze deden niet open.
Nogmaals geklop.
Ze deden niet open.
Leven is als zeulen met patatten. De oogst is reeds voorbij en alles wat men nog kan doen is zeulen met wat reeds is geweest.
Nooit zal er nog zo'n goeie oogst zijn.
Dat is leven.
Jij bent mijn knetter. Zo wat je hoort, als je plast in een vuurtje. Zei Eerste Persoon nog.
zondag 12 juli 2009
Pomperdepom in Avignon.
Bomen vertonen de intentie te groeien naar de zon doch niet helemaal náár de zon. Dat heb je dan met Bomen. Intenties.
- Eerste Persoon, ontbloot uw bovenlijf eens.
* Neen, waarom moet ik mijn bovenlijf ontbloten?
- De zon schijnt, dan ontbloot men het bovenlijf. En ik durf wedden dat ge er het bovenlijf voor hebt.
* Ik ontbloot mijn bovenlijf niet. Laat mij gerust.
- Een twee vijf acht vleesbolsters met ontbloot bovenlijf. Zie nu, je valt uit de boot. Dat is acht tegen een.
* Ja, maar ik ben sterker.
- ?
* ?
- ...
Ontbloot uw bovenlijf nu gewoon.
* Laat mij gewoon gerust.
- Maar gebruind bovenlijf, warmtestralen op uw bovenlijf?!
* Neen. Niet gezond. Warm genoeg.
- Neen.
Maak dan je bed op. Ververs je lakens.
* Maar de oude liggen er net op.
- Ververs!
* Verviers?
- Fuck you.
Merk je niets op?
* Kapper?
- ....
* Kapper?
Kapper?
- Neen.
* Uw Torso is gegroeid hè?
STOPSTOPSTOP.
Pas dat nu nog eens, ik ben er zeker van dat ge daar in kunt.
Heej hop heej hop ja TREKKEN.
Zo.
Ge lijkt nog altijd op ne fricandon maar dan toch ne schoon ingepakte.
- Melancholie is de bitch onder de gevoelens.
* Alle gevoelens zijn bitches.
**********NUCLEAIRE WINTERRRRRRRRRRRRRRRRRRRR.
Noemt ge dat een eenduidig systeem van Tweede Persoon?
- Eerste Persoon, ontbloot uw bovenlijf eens.
* Neen, waarom moet ik mijn bovenlijf ontbloten?
- De zon schijnt, dan ontbloot men het bovenlijf. En ik durf wedden dat ge er het bovenlijf voor hebt.
* Ik ontbloot mijn bovenlijf niet. Laat mij gerust.
- Een twee vijf acht vleesbolsters met ontbloot bovenlijf. Zie nu, je valt uit de boot. Dat is acht tegen een.
* Ja, maar ik ben sterker.
- ?
* ?
- ...
Ontbloot uw bovenlijf nu gewoon.
* Laat mij gewoon gerust.
- Maar gebruind bovenlijf, warmtestralen op uw bovenlijf?!
* Neen. Niet gezond. Warm genoeg.
- Neen.
Maak dan je bed op. Ververs je lakens.
* Maar de oude liggen er net op.
- Ververs!
* Verviers?
- Fuck you.
Merk je niets op?
* Kapper?
- ....
* Kapper?
Kapper?
- Neen.
* Uw Torso is gegroeid hè?
STOPSTOPSTOP.
Pas dat nu nog eens, ik ben er zeker van dat ge daar in kunt.
Heej hop heej hop ja TREKKEN.
Zo.
Ge lijkt nog altijd op ne fricandon maar dan toch ne schoon ingepakte.
- Melancholie is de bitch onder de gevoelens.
* Alle gevoelens zijn bitches.
**********NUCLEAIRE WINTERRRRRRRRRRRRRRRRRRRR.
Noemt ge dat een eenduidig systeem van Tweede Persoon?
vrijdag 10 juli 2009
1. Hechten is ten onder gaan
Mijn moeder ligt op straat.
Ze hebben haar opengesneden.
Ze ligt dus open. - hé seg naai mij is dicht jong!
Haar bloed stroomt weg.
Over het tarmark. Hop, de riool in jij, Bloed. - ik probeer het te vangen met mijn handen en opnieuw in haar te stoppen en opnieuw en opnieuw
Haar jurk is gescheurd en haar hakken gebroken. Oorbellen liggen even verder - ja daarzo, en haar halsketting breekt. Nu.
Het hoofd van mijn moeder hangt wat te bengelen en raakt soms het wegdek. - zegt als het zeer doet hé madammeke
Vroeger zaaide ik krokussen en als ze dan groot waren en ik per ongeluk een stengel brak, kleefde ik die er opnieuw aan.
Kan u mijn moeder lijmen?
Sorry knul.
Ach ja, zit er niet mee in hoor.
Ze ligt in het midden van drie rijvakken, mijn moeder. Mi-jn moeder! Ze blokkeert een hele rijrichting van een internationale weg. - segsegseg, mijn moeder zie. ziet da aan
Aan de andere kant van de middenberm stoppen mensen om te kijken. - jaja, kijk is moeder. ze komen voor u. kijk moeder! kijk kijk kijk. kijk dan toch.
GA IS UIT DE WEG!! Ik moet naar de ZEE.
Kan u haar niet wat zachtaardiger beh..
VOORTMAKEN jongens, al tien km file. V O O R T maken. - Aiaiai, zie diene middenberm is, daar zijn kosten aan.
Ah, ze leeft nu als een plant.
Ah, en nu niet meer.
Ja, dag dan maar hé mama.
OPRUIMEN mannekes!
Ze hebben haar opengesneden.
Ze ligt dus open. - hé seg naai mij is dicht jong!
Haar bloed stroomt weg.
Over het tarmark. Hop, de riool in jij, Bloed. - ik probeer het te vangen met mijn handen en opnieuw in haar te stoppen en opnieuw en opnieuw
Haar jurk is gescheurd en haar hakken gebroken. Oorbellen liggen even verder - ja daarzo, en haar halsketting breekt. Nu.
Het hoofd van mijn moeder hangt wat te bengelen en raakt soms het wegdek. - zegt als het zeer doet hé madammeke
Vroeger zaaide ik krokussen en als ze dan groot waren en ik per ongeluk een stengel brak, kleefde ik die er opnieuw aan.
Kan u mijn moeder lijmen?
Sorry knul.
Ach ja, zit er niet mee in hoor.
Ze ligt in het midden van drie rijvakken, mijn moeder. Mi-jn moeder! Ze blokkeert een hele rijrichting van een internationale weg. - segsegseg, mijn moeder zie. ziet da aan
Aan de andere kant van de middenberm stoppen mensen om te kijken. - jaja, kijk is moeder. ze komen voor u. kijk moeder! kijk kijk kijk. kijk dan toch.
GA IS UIT DE WEG!! Ik moet naar de ZEE.
Kan u haar niet wat zachtaardiger beh..
VOORTMAKEN jongens, al tien km file. V O O R T maken. - Aiaiai, zie diene middenberm is, daar zijn kosten aan.
Ah, ze leeft nu als een plant.
Ah, en nu niet meer.
Ja, dag dan maar hé mama.
OPRUIMEN mannekes!
Abonneren op:
Posts (Atom)
